Denemarken wil de luchtvervuiling over tien jaar al met 70 procent hebben verminderd, en wil over dertig jaar helemaal klimaatneutraal zijn. De Deense sociaal-democratische minderheidsregering en zeven oppositiepartijen hebben hun nieuwe koers in een wetsvoorstel vastgelegd. Dat is bekendgemaakt in Kopenhagen en op de VN-Klimaattop COP25 in Madrid.
Om klimaatneutraliteit te bereiken wil Denemarken tegen 2030 de uitstoot met 70 procent verminderen tegenover 1990. Er is afgesproken dat de wet ook bindend moet zijn voor de volgende regeringen. Daarmee volgt Denemarken een voorbeeld van Nederland dat eerder dit jaar in het parlement een Klimaatwet vaststelde.
In februari moet het Deense parlement nog stemmen over de wet, maar het ziet er naar uit dat er meerderheid gevonden gaat worden. De minderheidsregering en zeven andere partijen gaan zich achter het akkoord scharen. Ze hebben samen 167 van de 179 zetels in het parlement.
Minister van Milieu en Energie Dan Jørgensen ziet de wet als “een beslissend keerpunt in de strijd tegen klimaatverandering”.
Tijdens de klimaattop in Madrid heeft België gisteren een weinig benijdenswaardige onderscheiding gekregen: het land is uitgeroepen tot “Fossiel van de Dag”. Dat is een prijs die het wereldwijde netwerk van milieugroepen tijdens deze conferentie dagelijks toekent aan een land “dat zijn best heeft gedaan om vooruitgang in de klimaatonderhandelingen te blokkeren”.
Het “Fossiel van de Dag” werd voor het eerst uitgereikt op de klimaattop in Bonn (Duitsland) in 1999. België kreeg de (derde) prijs omdat het volgens de jury als “hoofdstad van Europa” zowat alle klimaatdoelen mist.
Ook Bosnië, Slovenië en Australië vallen in Madrid in de prijzen. Bosnië en Slovenië werden met de eerste prijs “bekroond” omdat de twee landen nog steeds kolen uit Bosnië importeren.
Australië kreeg de tweede prijs omdat het als rijk land even weinig betaalt voor de strijd tegen de klimaatopwarming als landen als Tuvalu, Oost-Timor en Bangladesh.

