Meta en TikTok zijn het niet eens met de manier waarop de EU de zogeheten toezichtskosten heeft berekend. Die vergoeding wordt sinds 2023 opgelegd aan grote digitale platforms, als onderdeel van de Digital Services Act (DSA). Volgens beide bedrijven is de methode waarmee hun bijdrage werd vastgesteld oneerlijk en niet transparant.
De bedrijven kregen rekeningen van miljoenen euro’s gepresenteerd. De hoogte van het bedrag is gekoppeld aan het aantal actieve gebruikers per platform. Meta en TikTok vinden het echter niet terecht dat ook het totale bedrag van de toezichtskosten vooraf is vastgesteld, zonder rekening te houden met hun individuele situatie.
Volgens Meta en TikTok staat de berekening niet in verhouding tot de werkelijke inspanningen van de Europese Commissie. Ze stellen dat kleinere platforms nauwelijks hoeven te betalen, terwijl zij een aanzienlijk deel van de kosten moeten dragen. Dat vinden ze discriminerend.
De EU verdedigt zich door te stellen dat de toezichtskosten zijn gebaseerd op het aantal gebruikers in Europa, zoals opgelegd in de DSA. Volgens meerdere bronnen zijn de bedragen in 2023 vastgesteld op basis van gegevens over actieve gebruikers in augustus van dat jaar. Die cijfers moesten de bedrijven zelf aanleveren.
Eurocommissaris Thierry Breton verdedigde eerder het Europese beleid door te stellen dat de EU transparanter en rechtvaardiger omgaat met digitale regelgeving dan de Verenigde Staten.
De rechtszaak wordt gevoerd bij het Gerecht van de Europese Unie, de op een na hoogste rechtbank van de EU. Volgens meerdere bronnen hopen Meta en TikTok dat het Hof de rekenmethode zal afwijzen of herzien. Wanneer er een uitspraak komt, is nog niet bekend.

