De zaak richt zich op de ID-fractie, waar in de vorige parlementaire periode partijen zoals de Franse Rassemblement National, de Duitse AfD en de Nederlandse PVV deel van uitmaakten. Binnen deze ID-fractie zouden Europarlementariërs gelden die bedoeld waren voor personeel of communicatie hebben doorgesluisd naar partij-gerelateerde organisaties.
Het onderzoek spitst zich toe op vermeend misbruik van parlementaire subsidies, waaronder geld voor de aanstelling van fractiemedewerkers. Er bestaan aanwijzingen dat dit geld niet werd besteed aan werkzaamheden binnen het parlement, maar werd gebruikt ter ondersteuning van nationale campagnes en ideologische netwerken. De betrokken organisaties zouden partijpolitieke doelen hebben gediend, in strijd met de voorwaarden van EU-financiering.
In Frankrijk is bijzondere aandacht voor de rol van voormalige medewerkers van de Rassemblement National, waaronder een voormalige topadviseur. Deze personen zouden betrokken zijn geweest bij het opzetten van de constructies en het aansturen van geldstromen tussen Brussel en Frankrijk. De Franse justitie werkt hierin nauw samen met het Europese parket.
Hoewel het onderzoek zich momenteel toespitst op de vorige zittingsperiode van het Europees Parlement, is niet uitgesloten dat de huidige samenstelling van betrokken partijen eveneens onder de loep wordt genomen. Vooralsnog concentreert het onderzoek zich echter op gebeurtenissen en geldstromen tussen 2016 en 2022.
De betrokken Europarlementariërs ontkennen vooralsnog elke vorm van fraude of misbruik. Zij stellen dat de uitgaven binnen de grenzen van de EU-regels plaatsvonden. Het onderzoek is nog in een beginstadium en tot nu toe zijn er geen officiële aanklachten ingediend.

