De zaak richt zich op de ID-fractie, waar in de vorige parlementaire periode partijen zoals de Franse Rassemblement National, de Duitse AfD en de Nederlandse PVV deel van uitmaakten. Binnen deze ID-fractie zouden Europarlementariërs gelden die bedoeld waren voor personeel of communicatie hebben doorgesluisd naar partij-gerelateerde organisaties.
Het onderzoek spitst zich toe op vermeend misbruik van parlementaire subsidies, waaronder geld voor de aanstelling van fractiemedewerkers. Er bestaan aanwijzingen dat dit geld niet werd besteed aan werkzaamheden binnen het parlement, maar werd gebruikt ter ondersteuning van nationale campagnes en ideologische netwerken. De betrokken organisaties zouden partijpolitieke doelen hebben gediend, in strijd met de voorwaarden van EU-financiering.
In Frankrijk is bijzondere aandacht voor de rol van voormalige medewerkers van de Rassemblement National, waaronder een voormalige topadviseur. Deze personen zouden betrokken zijn geweest bij het opzetten van de constructies en het aansturen van geldstromen tussen Brussel en Frankrijk. De Franse justitie werkt hierin nauw samen met het Europese parket.

