Het juridische conflict draait om een lening van 150 miljoen euro die moet dienen als startkapitaal voor een groter wapen- en defensieprogramma. De Commissie ziet dit bedrag als een eerste stap in een veel omvangrijker investeringsplan van vele miljarden. Volgens het Europees Parlement gaat het echter om een besluit dat democratische toetsing vereist.
Het juridische proces heeft vooral een symbolische lading. De kwestie gaat minder om het precieze bedrag, en meer om de balans van macht binnen de Europese instellingen. Voor het Parlement staat de democratische controle centraal. Voor de Commissie staat de snelheid van handelen voorop, in een tijd die volgens haar om directe maatregelen vraagt.
De kritiek richt zich niet op de verhoging van de uitgaven voor defensie, maar op de manier waarop de Commissie deze verhoging heeft doorgevoerd. Parlementariërs menen dat de Europese instellingen alleen gezamenlijk zulke besluiten kunnen nemen. Zij beschouwen de ingreep van de Commissie als een ondermijning van hun rol.
De Commissie verdedigt haar handelwijze door te wijzen op de urgentie. De Commissarissen benadrukken dat Europa zijn defensie-industrie snel moet versterken om nieuwe productiecapaciteit en innovatie te stimuleren. Het bedrag van 150 miljoen euro moet een hefboom vormen voor verdere investeringen, die in de komende jaren in de tientallen miljarden zullen lopen.
De roep om meer Europese defensie-uitgaven vloeit rechtstreeks voort uit de toenemende dreiging vanuit Rusland. Brussel waarschuwt dat de Russische agressie zich steeds meer richting het westen verplaatst. Om daar een adequaat antwoord op te kunnen geven, acht de Commissie forse en versnelde investeringen in een eigen wapen- en defenwieindustrie onvermijdelijk.
Daarnaast speelt de steun aan Oekraïne een centrale rol. De Commissie stelt dat de Europese Unie zich op langere termijn moet voorbereiden op een grotere verantwoordelijkheid. Aangezien de Verenigde Staten steeds minder betrokken lijken te willen blijven, moet de EU zelf extra militaire steun aan Kyiv garanderen.
Het Parlement in Straatsburg blijft verdeeld over de vraag hoe de middelen het beste besteed kunnen worden. Sommige fracties dringen aan op versterking van gezamenlijke Europese programma’s, terwijl anderen de voorkeur geven aan nationale defensieprojecten. Deze politieke verdeeldheid staat los van het juridische meningsverschil, maar maakt de besluitvorming extra complex.
Voorzitter Roberta Metsola kondigde aan dat het Parlement de zaak voor de Europese rechter zal brengen. Daarmee willen de volksvertegenwoordigers een precedent scheppen: besluiten over defensiebudgetten mogen niet zonder hun instemming worden genomen. De komende maanden zal blijken hoe het Hof de bevoegdheidskwestie beoordeelt.

