Het Hof van Justitie van de Europese Unie verklaarde daarmee het besluit van het Europees Parlement nietig. De rechters stellen dat het verzoek onvoldoende waarborgen bood voor neutraliteit.
De zaak draait om Carles Puigdemont, Antoni Comín en Clara Ponsatí. Het Parlement stemde in 2021 in met het opheffen van hun bescherming na een verzoek van Spanje. In dat geval zou België er aan kunnen meewerken het uit te leveren aan Madrid.
Volgens het hof voldeed het Parlement niet aan het beginsel van onpartijdigheid. De kritiek richtte zich vooral op de rol van de rapporteur die het verzoek van Madrid had behandeld. Angel Dzhambazki was destijds lid van de Europese Conservatieven en Hervormers. In die fractie zat ook de Spaanse extreemrechtse partij Vox, de grote ‘aanjager’ van de strafzaak.
Het hof stelt dat een rapporteur met zulke politieke banden uitgesloten had moeten worden. Het Europees Parlement had moeten voorkomen dat de schijn van partijdigheid kon ontstaan bij de beoordeling van het verzoek.
De rechters wijzen ook op publieke uitingen en activiteiten die de neutraliteit van de rapporteur in twijfel trekken. Daarmee was volgens het hof niet voldaan aan de vereisten van een eerlijk en onpartijdig proces.
Door de nietigverklaring wordt het besluit uit 2021 teruggedraaid en wordt de parlementaire immuniteit van het Catalaanse drietal hersteld. Het hof benadrukt dat het oordeel gaat over de gevolgde procedure, niet over de inhoud van de Spaanse strafzaken.
Madrid wil de drie Catalanen vervolgen omdat ze destijds leiding hebben gegeven aan het referendum over het uitroepen van de Catalaanse onafhankelijkheid. De economisch sterke noordoostelijke Spaanse provincie wil zich afscheiden, maar dat referendum was volgens Spaanse juristen in strijd met de grondwet.

