Het voorstel werd nipt verworpen, met 309 stemmen voor, 318 stemmen tegen en 34 onthoudingen.
Het compromis dat ter stemming in Straatsburg op tafel lag, was bedoeld om regels over duurzaamheidsrapportage en zorgplicht voor bedrijven eenvoudiger te maken. Linkse en groene partijen stemden tegen omdat zij vonden dat het voorstel te veel afdeed aan de eerder vastgestelde klimaat- en mensenrechtenambities van de EU.
Extreemrechtse fracties stemden eveneens tegen, maar omdat zij de regels nog verder wilden afbouwen.
De Europese Volkspartij (EVP) had de afgelopen maanden de onderhandelingen geleid, maar dreigde zich aan te sluiten bij de uiterst rechtse partijen als haar eisen niet werden ingewilligd. Daardoor groeide de druk op de sociaal-democraten en liberalen om mee te bewegen, waarna hun fractieleiders zwichtten,
De Nederlandse Europarlementariër Lara Wolters (PvdA/S&D) trok zich daarop terug als mede-onderhandelaar uit onvrede over de nieuwe concessies aan het EVP-dreigement. Zij vond dat de zogeheten ‘anti-wegkijkwet’, bedoeld om bedrijven verantwoordelijk te houden voor misstanden in hun keten, te veel was uitgekleed.
Dat compromis strandde deze week bij de finale stemming in het Europarlement. Meer dan dertig collega-politici van Wolters’ S&D-fractie steunden haar eerdere afwijzing, en verwierpen het uiteindelijke compromis.
Voorstanders van strengere regels zien de verwerping als een ultieme kans. Zij willen de oorspronkelijke plannen herstellen, waarin meer bedrijven onder de zorgplicht en rapportageverplichtingen vallen. Volgens hen heeft het Parlement nu de mogelijkheid om de regels te versterken in plaats van verder te verzwakken.
De afgewezen versie stelde dat alleen grote ondernemingen met meer dan 5.000 werknemers en een jaaromzet van minstens 1,5 miljard euro aan de nieuwe regels zouden moeten voldoen. In het eerdere voorstel lag die grens veel lager: bij 1.000 werknemers en 450 miljoen euro omzet.
Milieuorganisaties waarschuwden al dat de verhoging van de drempel miljoenen werknemers buiten toezicht zou laten. Daardoor zouden kleinere bedrijven minder verplicht zijn om hun leveranciers te controleren op milieu- of mensenrechtenschendingen.
Ook kwam er druk van buiten Europa. Bedrijfslobby’s en regeringen, onder meer uit Duitsland, de Verenigde Staten en Qatar, probeerden de EU te bewegen de regels te versoepelen. Zij vreesden dat strengere eisen de internationale handel zouden bemoeilijken.
Door de verwerping is het voorstel nu teruggestuurd naar de onderhandelingstafel. Een nieuwe stemming staat gepland voor 13 november.

