Een gezamenlijke lobby van Duitsland en Italië heeft de discussie over het EU-verbod nieuw leven ingeblazen. In een gezamenlijk memo aan de Europese Commissie pleiten beide landen ervoor dat na 2035 auto’s op schone, milieuvriendelijke brandstoffen wel mogen worden toegelaten. Dat zou betekenen dat er wel een verbod komt op nieuwe diesel- en bezineauto’s. De stap markeert een openlijke samenwerking tussen Berlijn en Rome, die tot nu toe elk hun eigen koers voerden.
De Europese Commissie heeft aangekondigd het 2035-verbod al dit jaar te willen herzien, een jaar eerder dan gepland. Dat moet uitwijzen of het plan haalbaar blijft, nu de vraag naar elektrische auto’s stagneert en Europese autofabrikanten de slag dreigen te verliezen van de import van goedkope Aziatische elektrische auto’s. Daarmee komt de toekomst van het benzineauto-verbod dat in 2022 (door de vorige Commissie VDL-1) werd ingevoerd als een belangrijk onderdeel van de Green Deal, opnieuw ter discussie te staan.
Commissievoorzitter Ursula von der Leyen benadrukte recent dat “de toekomst elektrisch is”, maar liet tegelijk ruimte voor praktische aanpassingen. Ze pleit voor kleine, betaalbare elektrische auto’s die in Europa worden geproduceerd. De Commissie houdt formeel vast aan het verbod, maar de toon is merkbaar pragmatischer geworden.
Ook de Europese autofabrikanten voeren de druk op. Brancheorganisatie Ze willen de regels versoepelen, met ruimte voor hybride auto’s die rijden op nieuwe, milieuvriendelijke synthetische brandstoffen. In dat geval kunnen de huidige verbrandingsmotoren grotendeels hetzelfde blijven.
Volgens de Duitse, Franse en Italiaanse autofabrieken bedreigen de huidige criteria (‘alleen elektrisch’) hun voortbestaan. Die boodschap krijgt steeds meer steun in het Europees Parlement, waar de EVP zich opwerpt als pleitbezorger van “realistisch klimaatbeleid”.
De christendemocraten in het Europees Parlement, de grootste fractie, willen ook het 2035-verbod versoepelen. Onder leiding van Manfred Weber dringt de partij aan op het schrappen van boetes voor fabrikanten van auto’s die dit jaar nog te veel de lucht vervuilen Volgens Weber is het “uitfaseren van de verbrandingsmotor een vergissing”.
De economische context in Duitsland is somber. De auto-industrie, nog altijd de belangrijkste industrietak van het land, lijdt onder dalende winsten, concurrentie uit China en hoge Amerikaanse importtarieven. Tienduizenden banen verdwenen bij bedrijven als VW, Mercedes, BMW en Bosch. Nog eens tienduizenden staan op de tocht. De zorgen over werkgelegenheid versterken de politieke druk op Berlijn.
Bondskanselier Friedrich Merz zet in op een pragmatische koers. Zijn regering verlengde de belastingvrijstelling voor elektrische auto’s en werkt aan nieuwe stimulansen voor midden- en lagere inkomens. Tegelijkertijd dringt Berlijn in Brussel aan op meer flexibiliteit in de EU-regels, om de industrie lucht te geven.
Maar terwijl Commissievoorzitter Von der Leyen de industrie maant goedkope, kleine elektrische stadsautootjes te gaan bouwen, wil Merz dat de grotere luxe-autoklassen (BMW, Porsche, Volkswagen) de kans en tijd krijgen om over te schakelen op hybride auto’s, inclusief verbrandingsmotoren.
Binnen de Duitse coalitie botst die aanpak. CDU- en CSU-ministers pleiten voor uitstel of aanpassing van het verbod, terwijl SPD-bewindslieden vasthouden aan de bestaande afspraken. De interne verdeeldheid maakt een eenduidig regeringsstandpunt moeilijk, maar de roep om verandering klinkt luider.
De economische cijfers onderstrepen de urgentie. Volgens meerdere bronnen verdwenen in één jaar meer dan 50.000 banen in de Duitse auto-industrie, terwijl nog eens 90.000 banen op de tocht staan. Fabrikanten worstelen met stijgende kosten, afnemende vraag en internationale concurrentie. Voor velen symboliseert de 2035-regel het bredere dilemma tussen klimaatambitie en industriële overleving.

