De goedkeuring van de 2026-begroting werd mogelijk nadat onderhandelaars van de 27 EU-landen en vier centristische fracties in het Europees Parlement het eens werden over grote aanpassingen in de meerjarenbegroting 2028-2034. Door die overeenkomst over het MFK konden de onderhandelingen over het jaarbudget 2026 ook worden afgerond.
Deze vier fracties – sociaaldemocraten, christendemocraten, liberalen en Groenen – hadden eerder gedreigd de begrotingen niet te steunen. Dat zou volgens betrokkenen binnen enkele weken kunnen leiden tot een bestuurlijke stilstand, omdat veel betalingen en programma’s zonder begroting niet kunnen worden uitgevoerd.
In het uiteindelijke akkoord tussen Raad en Parlement komt de totale begroting voor 2026 uit op bijna 193 miljard euro aan nieuwe verplichtingen en ruim 190 miljard aan betalingen. Die bedragen liggen hoger dan verscheidene nationale regeringen aanvankelijk wilden toestaan.
Het Parlement wist bovendien diverse voorgestelde besparingen terug te draaien. In de onderhandelingsdocumenten staat dat vooral kortingen op middelen voor onderzoek, hulp en programma’s voor de economische ontwikkeling zijn geschrapt. Hierdoor wordt een deel van het oorspronkelijke voorstel van de Commissie hersteld.
Een belangrijke verschuiving in de begroting is de verhoging van de uitgaven voor veiligheid en defensie. Dat geld is bedoeld om de Europese samenwerking te versterken, gezamenlijke aankopen mogelijk te maken en sneller te kunnen reageren op crisissituaties aan de buitengrenzen.
Ook het budget voor migratie en grensbeheer stijgt. Daarmee kunnen landen extra capaciteit inzetten bij grenscontroles, opvanglocaties en het beheer van migratiestromen.
Naast defensie en grensbewaking bevat de begroting-2026 extra ruimte voor humanitaire hulp. Het gaat om geld voor noodsituaties binnen en buiten Europa, variërend van opvang van vluchtelingen tot voedselhulp in regio’s die met conflicten of natuurrampen te maken hebben. Een deel blijft beschikbaar als crisisbuffer.
Hoewel het akkoord er nu ligt, moeten de 27 EU-landen het nog formeel goedkeuren. Daarna volgt de plenaire stemming in het Europees Parlement. Verwacht wordt dat de brede politieke overeenkomst de weg vrijmaakt voor een ruime meerderheid, waardoor het risico op blokkade verdwijnt.

