De Europese Commissie noemt het plan van de Amerikaanse president Trump een welkome “start”, maar wijst erop dat er veel open vragen blijven. Von der Leyen ziet wel vooruitgang, maar geen akkoord dat al dicht bij afronding is. De EU wil eerst duidelijkheid over de mogelijke gevolgen voor Oekraïne.
Hoewel Brussel bestudeert waar het Amerikaanse plan vooruitgang biedt, houden de Europeanen afstand van de politieke richting waarop het plan aanstuurt. Europese leiders willen geen regeling waarin Rusland op een of andere manier ‘gecompenseerd’ zou moeten worden. Een akkoord zonder Oekraïense instemming is voor de EU onbespreekbaar.
Volgens von der Leyen zijn er “geen echte tekenen” dat Moskou het geweld wil beëindigen. Daarom moet de druk op Rusland volledig worden voortgezet. Daarom houdt ze er aan vast dat de in beslag genomen Russische banktegoeden daarvoor gebruikt mogen worden.
Voor Brussel is één uitgangspunt onveranderlijk: grenzen mogen niet door geweld worden aangepast. Von der Leyen waarschuwt dat het accepteren van territoriale wijzigingen de deur zou openen voor toekomstige conflicten. Elke regeling waarin Oekraïense grenzen worden aangepast, wijst zij af.
De Commissie herhaalt dat de belangen van Oekraïne en Europa onlosmakelijk verbonden zijn. Oekraïense veiligheid wordt omschreven als Europese veiligheid. Daarom heeft het Europees Parlement een plan goedgekeurd om 1,5 miljard euro te investeren in de opbouw van een gezamenlijke Europese defensie-industrie. Een deel daarvan, 300 miljoen euro, is bestemd voor militaire steun aan Oekraïne.
Er vonden afgelopen jaar langdurige onderhandelingen plaats tussen de EU-landen over de toelatingscriteria. Door de Russische oorlog tegen Oekraïne en de zwalkende en afbrokkelende steun van de huidige president van NAVO-partner Verenigde Staten, willen de Europese landen het heft meer in eigen hand nemen.
Frankrijk pleitte voor een strenger 'koop Europees'-beleid om de eigen Europese Defensie- en wapenindustrie te stimuleren, terwijl landen als Nederland voorstander waren van meer soepelheid bij de inkoop van wapens uit de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en andere niet-EU-landen.

