Het Europees Parlement heeft groen licht gegeven voor een Brexit-schadevergoeding voor ernstig gedupeerde bedrijven. De vijf miljard euro zal volgens eerste berekeningen vooral gaan naar Nederland, Ierland en Frankrijk, en dan vooral naar visserijbedrijven.
De EU-ministers, de Europese Commissie en de visserijcommissie hadden al eerder overeenstemming bereikt over de ontwerpverordening. Dankzij dit akkoord kan nu al begonnen worden met uitbetalingen.
Hoewel het geld in theorie bedoeld om alle EU-landen te ondersteunen, richt de reserve zich op de meest getroffen regio’s en sectoren. De Nederlandse en Ierse visserijsector zijn het hardst getroffen door het opzeggen van het visserijverdrag door de Britten (na hun vertrek uit de EU). Die twee landen krijgen de meeste financiële compensatie vanuit Europa. Nederland kan 810 miljoen euro tegemoet zien.
De Nederlandse Europarlementariër Peter van Dalen (ChristenUnie) is wel blij met de uiteindelijke uitkomst, hoewel volgens hem het beschikbare budget bij lange na niet voldoende is voor de Nederlandse vissers om hun verliezen op te vangen. Momenteel komen alleen bedrijven in aanmerking die in het eerste kwartaal van dit jaar minimaal 30 procent omzetverlies hebben geleden.
De Europese Commissie zegt voornamelijk bedrijven te willen compenseren die hun activiteiten tijdelijk of permanent stopzetten. Van Dalen verwacht dat het geld uit de brexitfonds voornamelijk gebruikt zal worden voor saneringsregelingen. Hij vreest daarom dat uiteindelijk maar een klein deel van de vissers hun Brexitverlies gecompenseerd krijgen.
Wel is Van Dalen tevreden dat de verdeling van het geld rechtvaardig is verlopen: “Enkele Zuid-Europese landen wilden meer geld ten koste van o.a. Nederland, maar dat is gelukkig niet gebeurd. Het hele doel van het schadefonds is dat het geld terechtkomt in landen die het meest worden getroffen.”

