De Europarlementariërs hebben in een resolutie vastgesteld dat zij vinden dat de EU-begroting met zo’n tien procent moet worden verhoogd, ruimschoots meer dan de Europese Commissie had voorgesteld en veel meer dan de meeste EU-landen bereid zijn aan de EU af te dragen.
Meer Defensie
De meeste EU-politici zijn het eens met de stelling van de Europese Commissarissen dat de EU binnen de kortste keren niet alleen de uitgaven voor de NAVO-verdediging moeten verhogen, maar ook dat de EU-landen veel meer - gezamenlijk - Defensiematerieel zouden moeten ontwikkelen en aanschaffen. Daarmee zouden de Europese landen een veel onafhankelijker positie kunnen innemen, los van de Verenigde Staten.
Meer autonomie
Bovendien zijn de meeste EU-politici, net als de meeste EU-landen, het eens met de nieuwe economische en industriële koers die ‘Brussel’ moet gaan varen, om een eigenstandige economische grootmacht te worden, tussen de Verenigde Staten en China. De hogere invoer-boetes die president Trump oplegde en de concurrentiestrijd met China hebben duidelijk gemaakt dat de EU niet alleen militair, maar ook economisch een veel meer zelfstandige positie moet innemen.
Promotion
Kleinere EU
Vooral de meest-zuinige EU-landen vinden dat de noodzakelijke hogere uitgaven gedekt moeten worden door bezuinigingen op andere uitgavenposten op de EU-begroting. Daarbij geven ze vooral aan dat ze een ‘kleinere’ EU willen, met minder Europese taken en bevoegdheden (lees: minder budget). En de agrarisch georiënteerde landen vinden bovendien dat er niet zo ingrijpend op de Landbouwbegroting mag worden bezuinigd.
De Europese Commissie was daar deels aan tegemoet gekomen door een deel van de Europese controlerende taken over te hevelen naar de EU-landen zelf, en door veel Europese controles-achteraf te vervangen door productie-afspraken vooraf. Bovendien zouden veel van de huidige subsidiefondsen samengevoegd worden tot een nationaal fonds, onder nationaal toezicht.
Regeringsleiders
De komende maanden gaan delegaties van de EU-landen en het Europees Parlement met de EU-Commisarissen onderhandelen om tot een gemeenschappelijk standpunt te komen. De praktijk heeft de afgelopen jaren aangetoond dat het Parlement wel veel kan willen, maar dat uiteindelijk de EU-landen (lees: de regeringsleiders) bepalen hoeveel hoger het EU-budget mag worden.
Rekenkamer
Niet alleen veel Europarlementariërs, maar ook de gezaghebbende Europese Rekenkamer uitten grote kritiek op die nieuwe aanpak, die volgens hen leidt tot minder Europese sturing en gezamenlijkheid en tot meer onderlinge verschillen en concurrentie tussen (bedrijfstakken in) EU-landen.
De ingrijpende en talrijke wijzigingen die de Europese Commissie voorstelt voor de EU-langetermijnbegroting maken de financiering en besteding van middelen voor EU-beleid en -programma’s na 2028 mogelijk niet beter, zo stelde de Europese Rekenkamer (ERK) in een laatste advies.
Bepaalde onderdelen veranderen fundamenteel de manier waarop de EU-uitgaven tot nu toe worden gepland, beheerd en gecontroleerd. De auditors waarschuwen dan ook voor risico’s voor een gezond financieel beheer en dringen aan op sterkere waarborgen.

