De komende vijf jaar mogen vissers uit de zuidelijke EU-landen jaarlijks maximaal zevenduizend ton aan tonijn en aanverwante soorten vangen in de territoriale wateren van Kaapverdië. Het gaat om 56 visserijschepen uit Frankrijk, Spanje en Portugal. In ruil geeft de EU zeker 780.000 euro per jaar, waarvan 350.000 euro voor toegangsrechten en 430.000 euro voor het Kaapverdiaanse visserijbeleid en de ‘blauwe economie’.
De visserijrechten, die door scheepseigenaren moeten worden betaald, kunnen oplopen tot bijna zes ton per jaar.. Verder helpt het akkoord met de visserijcontrole en in de strijd tegen illegale en ongereglementeerde visseri. In het verdrag staan onder meer toezichtregels op vaartuigen.
De Nederlandse Europarlementariër en schaduwrapporteur Anja Hazekamp (PvdD) heeft kritiek en spreekt van ‘een roofakkoord’. ‘Vrijwel alle vissoorten in de regio worden al maximaal bevist of overbevist. Het aantal vissen in de wateren van Kaapverdië is de afgelopen tientallen jaren door overbevissing al hard achteruit gegaan. Dit soort verdragen zijn een heel slecht idee.’
Hazekamp: ‘Terwijl de inheemse Kaapverdische bevolking vist met bootjes van drie tot acht meter, stuurt de EU grote industriële schepen die miljoenen kilo vis vangen en zo de West-Afrikaanse wateren leegvissen.’ Volgens de Nederlandse Europarlementariër wordt ook onder meer jacht gemaakt op kwetsbare haaien en tonijnsoorten.
Kaapverdië is een eilandengroep voor de westkust van Afrika. Midden jaren zeventig werd het land onafhankelijk van Portugal. Een deel van de Kaapverdianen leeft van de visserij. De eerste overeenkomst met de EU dateert uit 1990. De dinsdag verlengde overeenkomst hoort bij een netwerk van EU-akkoorden met West-Afrikaanse kustlanden zoals Marokko, Mauritanië en Guinee-Bissau.

