Europarlement vindt dat EU te weinig doet voor ontwikkeling platteland

Het Europees Parlement heeft de Europese Commissie en de EU-landen opgeroepen om meer aandacht en geld te besteden aan modernisering van het platteland. Hoewel slechts 30% van de Europese bevolking op het platteland woont, wordt meer dan driekwart van het oppervlak van de EU tot het platteland gerekend.

Met een dinsdag aangenomen “eigen” rapport van de Portugese S&D-politica Isabel Carvalhais reageert het Europees Parlement op een beleidsnota van de Europese Commissie, waarvan de Europarlementariërs vinden dat die ‘te laat en te weinig” was. De Europarlementariërs bekritiseren de Europese Commissie om het feit dat er in de financiële meerjarenramingen te weinig concrete plannen zijn.

Weliswaar wonen veel plattelandsbewoners op bereikbare afstand van stedelijke gebieden en voorzieningen, maar er zijn ook tientallen miljoenen Europeanen – vooral in Midden- en Oost-Europese EU-landen – die amper toegang hebben tot noodzakelijke voorzieningen.

De EU heeft miljarden gereserveerd om de economische schade van de Covid-19 pandemie te repareren, maar het Europees Parlement vindt dat een groter deel van dat geld naar plattelandsprojecten moet gaan, onder andere voor de aanleg van nutsvoorzieningen, internet en openbaar vervoer.

In het rapport over de langetermijnvisie, goedgekeurd met 465 stemmen voor en 29 tegen bij 131 onthoudingen, zeggen de EP-leden dat er onmiddellijk actie moet worden ondernomen met duidelijke en haalbare doelen zoals hogere minimumlonen, goede arbeidsomstandigheden en meer geld voor sociale integratie.

In de aangenomen resolutie wordt er ook op gewezen dat het platteland door vergrijzing steeds verder dreigt te ontvolken, omdat veel jongeren en gezinnen vanwege werk en inkomen naar de stad trekken.

Dat heeft ook gevolgen in de agrarische sector waar steeds meer boeren en veehouders geen bedrijfsopvolgers hebben. De vergrijzing is een van de grootste uitdagingen: voor elke landbouwer jonger dan 35 jaar zijn er meer dan zes landbouwers ouder dan 65 jaar.