De Budgetcommissie van het Europees Parlement wil de komende jaren fors meer geld uittrekken voor de Europese begroting. Volgens Europarlementariërs is een duidelijke verhoging nodig om nieuwe en bestaande prioriteiten te kunnen betalen..
De EU-politici pleiten voor een verhoging van ongeveer 10 procent ten opzichte van het voorstel van de EU-Commissarissen. Dat zou neerkomen op zo’n 200 miljard euro extra voor de periode 2028 tot en met 2034.
Uitdagingen
Volgens de Europese Commissie is stijging van de uitgaven nodig om tegemoet te komen aan groeiende verwachtingen. De Europese Unie staat voor nieuwe uitdagingen, terwijl bestaande beleidsterreinen ook financiering blijven vragen.
Promotion
Europarlementariërs benadrukken dat extra investeringen nodig zijn voor onder meer defensie en het versterken van het concurrentievermogen van de Europese economie. Tegelijk willen zij voorkomen dat traditionele uitgaven onder druk komen te staan.
Het Parlement werkt met een indeling van de begroting in drie grote pijlers. Daarbij gaat het om nationale plannen van de EU-landen, fondsen voor innovatie en concurrentie, en uitgaven voor internationale samenwerking.
Bedenkingen
Een belangrijk discussiepunt is de manier waarop geld wordt verdeeld. Het Parlement is kritisch op nu roulerende voorstellen waarbij de regeringen van de EU-landen meer vrijheid krijgen om Europese subsidies zelf te verdelen, uit vrees dat dit ten koste gaat van Europees overzicht en controle.
Daarom pleiten Europarlementariërs voor strengere controle op de besteding van Europese middelen. Transparantie en duidelijke regels moeten ervoor zorgen dat geld effectief wordt ingezet.
Landbouwfonds
Ook willen zij dat bepaalde uitgaven, zoals voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid en regionale ontwikkeling, herkenbaar en apart blijven binnen de begroting. Daarmee moet worden voorkomen dat deze posten opgaan in bredere fondsen.
De stemming in de Begrotingscommissie van afgelopen woensdag geldt als een belangrijke stap richting de uiteindelijke onderhandelingen die binnenkort op gang moeten komen met de ministers van de EU-landen, en met de Europese Commissarissen.

