De Europese Unie zou bereid zijn om haar standpunt over visserij in de Brexit-onderhandelingen aan te passen. De onderhandelingen tussen beide partijen zitten al maanden muurvast. Dat komt onder meer door de uiteenlopende standpunten over de visserij.
Het Verenigd Koninkrijk wil na de Brexit de controle over de eigen visserijwateren en wil ieder jaar met de EU onderhandelen over eventuele EU-toegang tot Britse wateren. Brussel wilde de huidige situatie tot op heden juist niet veranderen, maar stapt daar dus mogelijk van af. De EU zou volgende week al naar een compromis willen zoeken. Maandag begint een nieuwe onderhandelingsronde tussen de twee partijen. Deze onderhandelingsronde wordt als cruciaal gezien.
Deze week nam in Brussel de visserijcommissie van het Europees Parlement een definitief standpunt in over een toekomstig handelsverdrag met Groot-Brittannië. Nederlandse vissers zullen liefst 38 procent van hun totale visvangst verliezen als ze niet meer mogen vissen in Britse wateren, zo berekenden onderzoekers van Wageningen University. Verder is 82 procent van alle haring die wordt gevangen door Nederlandse vissers afkomstig uit het Britse deel van de Noordzee. Voor makreel is dat 62 procent.
CDA-Europarlementariër Schreijer-Pierik wijst op de economische realiteit. “Bijna 40% van de in Europa gevangen vis wordt gevangen in Britse wateren en omgekeerd wordt 70% van de Britse visserijproducten geëxporteerd naar de Europese markt. Geen visserijovereenkomst betekent voor ons geen Brexitakkoord. De visserijsector mag niet vergeten worden in dit grote politieke spel”, zo zei ze tegen Euractiv.
Met haar christendemocratische Franse collega François-Xavier Bellamy kreeg ze een grote meerderheid van de visserijcommissie achter haar voorstellen, die nu aan de Brexitonderhandelaars worden voorgelegd.
“Het is onmogelijk om een ​​ overeenkomst tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk te sluiten als er geen evenwichtige visserijovereenkomst voor de lange termijn is die blijvende wederzijdse toegang tot wateren, visgronden en -bestanden garandeert”, benadrukt Schreijer-Pierik.
“Zonder een akkoord zullen veel directe en indirecte banen worden vernietigd en zal het sociaal-economische weefsel van de kustgebieden en visserijgemeenten worden beschadigd. Het is in het belang van beide partijen om het alsnog eens te worden over een evenwichtig akkoord waarbij wederzijdse toegang tot visgronden en het verdelen van visquota gegarandeerd blijven.”

