Het Europees Parlement heeft de jaarrekening van EU-grensagentschap Frontex afgekeurd. Een ruime meerderheid vindt dat de EU-grensbewakers de bescherming van mensenrechten onvoldoende in de gaten houden. In de maandelijkse plenaire vergadering in Straatsburg werd benadrukt dat het toezien op het naleven van mensenrechten veel en veel beter moet.
Er zijn al jaren problemen bij Frontex. Het Europees Parlement stelde daarom in 2019 al voorwaarden aan goedkeuring van de jaarrekening van 2019 waar Frontex aan moest voldoen, zoals het aanstellen van 20 inspecteurs die toezicht houden bij operaties van Frontex. Inmiddels is gebleken dat Frontex niet aan deze voorwaarden heeft voldaan.
Daarnaast laat vertrouwelijk onderzoek van anti-fraudewaakhond OLAF, dat recentelijk in openbaarheid is gebracht door Der Spiegel, zien dat Frontex jarenlang structureel taken en plichten verzaakt. Bovendien heeft Frontex hierover het Europees Parlement en de Europese Commissie doelbewust misleid.
GroenLinks-Europarlementariër Tineke Strik leidde onlangs een onderzoek naar Frontex bij het illegaal terugduwen van vluchtelingen. “De directeur van Frontex is dit voorjaar opgestapt. Maar met het afkeuren van de jaarrekening maakt het Europees Parlement duidelijk dat de problemen daarmee nog niet opgelost zijn.”
Volgens Lara Wolters, lid van de begrotingscontrolecommissie namens de PvdA, moet Frontex afkeuring beschouwen als een motie van wantrouwen door het Parlement. Thijs Reuten, woordvoerder migratie voor PvdA Europa, noemt afkeuring van de Frontex-jaarrekening de enige juiste beslissing.
Met een begroting van 754 miljoen euro in 2022, die bovendien de komende jaren nog verder zal toenemen, is Frontex veruit het grootste agentschap van de Europese Unie.

