De landbouwcommissie van het Europees Parlement verbindt praktische en financiële voorwaarden aan het op termijn stopzetten van het gebruik van kooien in de veehouderij. De AGRI-commissie vindt dat er eerst een gedegen, wetenschappelijke onderbouwing voor een kooiverbod moet komen. Daarom kan het op z’n vroegst over een jaar of vijf.
Daarnaast moet er ook een goede Europese subsidieregeling komen om de benodigde investertingen voor de bedrijfstak te kunnen ophoesten. Het is de vraag of de Europese Commissarissen daar zo lang mee willen wachten, en of de EU de benodigde transitie gaat betalen.
De overgrote meerderheid van de AGRI-commissie stemde vrijdag in met een ontwerp-resolutie, als reactie op een burgerinitiatief waarin miljoenen EU-burgers om een kooiverbod vroegen. In hun reactie op “End the Cage Age” vroegen de Europarlementariërs om ​​herziening van de bestaande EU-regels voor de dierenbescherming.
Er bestaan ​​in enkele EU-landen al alternatieven voor hokken en kooien. Deze alternatieve systemen moeten verder worden aangemoedigd op nationaal niveau. Om gelijke concurrentieposities voor alle EU-boeren te garanderen, is EU-wetgeving nodig, voegen ze eraan toe.
Het geleidelijke einde van de kooiteelt moet gebaseerd zijn op een soort-per-soort benadering die rekening houdt met de kenmerken van verschillende dieren. De Europarlementariërs dringen ook aan op voldoende tijd voor de beoogde transitie. Voorkomen moet worden dat veehouderij naar het buitenland uitwijkt omdat daar de normen voor dierenwelzijn lager zijn dan in de EU.
De EU-politici wijzen er in hun ontwerp-resolutie alvast ook maar op dat de aangescherpte criteria ook toegepast moeten worden in toekomstige handelsverdragen, als het om import van buiten de Europese Unie gaat. Een duurzamer voedselsysteem moet niet alleen gericht zijn op ecologische, maar ook op economische en sociale aspecten.
De ontwerpresolutie, die in de Landbouwcommissie met 39 stemmen voor, 4 tegen en 3 onthoudingen is goedgekeurd, zal nu door het Parlement als geheel moeten worden onderzocht en besproken, waarschijnlijk tijdens de plenaire vergadering van 7-10 juni.

