Het Europees Parlement is praktisch, ideologisch en zakelijk hopeloos verdeeld gebleven over het nieuwe Europese landbouwbeleid (GLB). Met 452 tegen 178 (met 57 onthoudingen) werd het als âmeest haalbareâ, âminst-schadelijkeâ of âbij gebrek aan beterâ goedgekeurd.
Het volledig ontbreken van elke juridisch of financieel verband van de Klimaat- en Milieudoelen met het landbouwbeleid is voor velen hĂ©t grote struikelblok, en voor anderen juist een groot pluspunt. âHoe kan het dat dit Parlement eerst de klimaat-nóódtoestand uitroept, ambities uitspreekt voor biodiversiteit en duurzame voedselproductie en nu precies het tegenovergestelde doet ?â zo vroeg Anja Hazekamp (PvdD) zich af.
Het is de bedoeling dat het nieuwe landbouwbeleid méér Klimaat- en milieuvriendelijk wordt, en dat de individuele EU-landen er meer een eigen, nationale invulling aan mogen geven. Een van de grote veranderingen is de invoering van zogenaamde âeco-regelingenâ; betalingen die 25% van de rechtstreekse steun zullen uitmaken, maar die alleen worden toegekend aan landbouwpraktijken die gunstig zijn voor het milieu.
Voor het eerst zal het GLB ook sociale âvoorwaardenâ bevatten, waardoor alleen agrarische bedrijven subsidie krijgen die de arbeidsrechten van hun personeel respecteren, vanaf 2023 op vrijwillige basis maar vanaf 2025 verplicht. Bovendien moet een deel van de subsidie bestemd worden voor jonge boeren.
Een groot verschil zal worden dat het nieuwe landbouwbeleid ruimte geeft voor nationale strategische plannen, waarmee de EU meer overlaat aan de individuele EU-landen. De meeste landen zijn momenteel bezig met het afronden van hun nationale programmaâs om ze vóór 31 december naar de EU te kunnen sturen.
De kritiek van tegenstanders (vooral bij Verenigd Links GUE/NGL en bij De Groenen) is dat de EU de uitvoering van Klimaatvriendelijk landbouwbeleid uit handen geeft, en overlaat aan de nationale regeringen. Bovendien staan er amper sancties op papier, zodat niemand zich verplicht zal voelen om Klimaatdoelen te bereiken. Voorstanders daarentegen vinden âminder centralistisch, meer nationaalâ een verbetering.
GroenLinkser Bas Eickhout hekelde de manier waarop dit GLB tot stand is gekomen. âDe Commissie liet het aan het Parlement en de EU-landen om het voorstel te vergroenen. De minusters willen echter voor hun eigen land zo veel mogelijk vrijheid om het geld in te zetten en dus weinig milieuregels.
In het Europarlement worden de landbouwsubsidies door velen vooral gezien als âboerengeldâ, in plaats van belastinggeld. En dus bleef een stevige hervorming uitâ, aldus Eickhout. Maar een amendement om het GLB-voorstel af te wijzen en geheel opnieuw te beginnen, werd met 504 tegen 153 stemmen verworpen.
Bert-Jan Ruissen (SGP), de enige Nederlandse GLB-onderhandelaar, vindt dat dit akkoord een compromis is dat steunt verdient. Hij wees erop dat een aantal onrealistische ambities van de Commissie zijn teruggebracht tot realistische proporties. Hij noemde de 25%-verschuiving van inkomensondersteuning naar de eco-regelingen âin goede balansâ.
Niet alleen voorstemmers, maar ook weifelaars en tegenstemmers erkennen dat het nieuwe EU-beleid minder van bovenaf is opgelegd, en minder vanachter EU-bureaus in Brussel zal worden bepaald. Ook erkennen de meesten dat straks landbouwsubsidies niet langer âinkomensgarantiesâ zijn, maar concrete betalingen voor geleverde diensten en producten.
EuroparlementariĂ«r Jan Huitema (VVD), lid van zowel de landbouw- als de milieucommissie âis blij dat voor het eerst in de geschiedenis van het Europees landbouwbeleid een deel van de vergroening niet gestuurd wordt door generieke maatregelen vanuit Brussel.
Het dĂłel is meer leidend geworden. Een deel van het budget wordt nu direct gelinkt aan daadwerkelijk behaalde vergroenings-resultĂĄten. De beste garantie voor een succesvolle vergroeningâ, zo noemde hij het.

