Ook EU-Ombudsman pleit tegen de sponsoring van voorzitterschappen

EP stockshots in the Plenary Chamber

De Ombudsman van de Europese Unie, Emily O’Reilly, wil strengere regels voor commerciële sponsoring van het voorzitterschap van de Europese Unie. De Ombudsman beveelt de Europese Raad aan om de lidstaten richtlijnen te geven over de sponsoring van het voorzitterschap, ‘om de reputatierisico’s voor de Europese Unie te beperken’.

Het Europees Parlement heeft eind vorig jaar besloten dat EU-landen hun kosten voor een tijdelijk EU-voorzitterschap niet meer mogen laten sponsoren door grote multinationals. Volgens een grote meerderheid moeten de kosten voor het voorzitterschap, dat ieder half jaar door een ander EU-land wordt vervuld, worden betaald uit de algemene middelen.

Dat betekent dat de kosten betaald moeten worden uit de gezamenlijke Europese pot, aldus de Nederlandse Europarlementariër Lara Wolters (PvdA). “Het is absurd dat een publieke instelling geld krijgt van een private sponsor. BMW schonk als private sponsor honderd auto’s aan voorzitter Finland. En dat terwijl in de Europese politiek de discussie over wat auto’s mogen uitstoten volop woedt”, zo zei Wolters eerder.

Wolters, die het initiatief nam tot de uitspraak van het parlement, wil geen vermenging van belangen. “We moeten af van het beeld dat een paar personen of bedrijven het beleid van de EU kunnen bepalen.”

In 2019 uitte de organisatie Foodwatch kritiek op de sponsoring van het Roemeense voorzitterschap van de Europese Raad. Coca-Cola was hierbij ‘platinum partner’. Samen met het Europees Parlement is de Europese Raad verantwoordelijk voor wetgeving en de begroting, onder meer over levensmiddelenwetgeving. Om de kosten van het voorzitterschap te dekken, doen lidstaten soms een beroep op sponsoren.

In een open brief gesteund door een massaal getekende e-mailpetitie riep Foodwatch op om het partnerschap met Coca-Cola onmiddellijk stop te zetten. De Europese staatshoofden en regeringsleiders verwierpen de klacht van Foodwatch, met het argument dat de EU alleen verantwoordelijk is voor gebeurtenissen die in Brussel plaatsvinden – niet voor gebeurtenissen van de afzonderlijke lidstaten.

Ombudsman O’Reilly vindt dat het aangevoerde administratieve onderscheid ‘niet waarneembaar of relevant is voor het grote publiek’. De Europese Raad moet ‘reputatierisico’s uitsluiten of in ieder geval beperken’.

Ook Vicky Cann, die voor de onderzoeksorganisatie Corporate Europe onderzoek doet naar de relatie tussen het bedrijfsleven en de EU, is tevreden met de uitspraak. “De commerciële sponsoring is al jaren iets om je voor te schamen. Het is opmerkelijk dat lidstaten zich hebben laten sponsoren door technologiebedrijven, automakers en frisdrankbedrijven. Alle besluitvorming moet vrij zijn van zelf maar een vleugje belangenverstrengeling”, zegt Cann.