De Europese Rekenkamer stelt dat de controlecriteria voor betalingen uit het coronaherstelfonds (RRF) te algemeen en vaag zijn. Daardoor kan onvoldoende worden vastgesteld of de uitgekeerde miljarden daadwerkelijk bijdragen aan de afgesproken doelen. De auditors noemen dit een wezenlijk risico voor doelmatige besteding van Europees geld.
De Europese Commissie wil de verantwoordingssystematiek van het RRF ook gaan toepassen op andere EU-begrotingen na 2028. Volgens critici, onder wie de Nederlandse Europarlementariër Bert-Jan Ruissen, ondermijnt dit de financiële controle. Brussel zou zo een te soepel toezichtmodel willen veralgemeniseren.
De Rekenkamer ontdekte dat veel RRF-doelen te vaag of moeilijk meetbaar zijn. EU-landen leverden volgens de auditors regelmatig onbetrouwbare informatie aan over de behaalde resultaten. Sommige vooraf opgestelde mijlpalen bleken onduidelijk geformuleerd, waardoor betalingen niet altijd aan concrete prestaties konden worden gekoppeld.
Bij de uitbetaling van herstelgelden wordt geen rekening gehouden met de werkelijke kosten of naleving van regels. De EU-landen krijgen geld op basis van mijlpalen en streefdoelen, zonder directe koppeling aan projectuitgaven. Sancties bij het niet behalen van die doelen blijven zeldzaam.
Hoewel het foutenpercentage bij de EU-uitgaven daalde van 5,6 naar 3,6 procent, blijft dat nog steeds boven de drempel van 2 procent. De Rekenkamer benadrukt dat de daling positief is, maar dat de Europese Commissie nog steeds niet voldoet aan haar eigen norm voor een goedkeurend oordeel.
De EU-rekenmeesters waarschuwen bovendien dat de uitstaande EU-leningen tegen 2027 boven de 900 miljard euro zullen uitkomen. De rentelasten van het in 2020 opgezette herstelpakket liggen al veel hoger dan de door de Commissie geraamde 14,9 miljard euro, en kunnen tot boven de 30 miljard stijgen.
Volgens de Rekenkamer en verscheidene Europarlementariërs bedreigt deze oplopende schuldenlast de houdbaarheid van toekomstige begrotingen. Ruissen noemt de groei van de leningen een molensteen voor de Unie, waarvan de kosten worden doorgeschoven naar toekomstige generaties.
Volgens hen moet de Europese Commissie striktere normen invoeren voor financiële verantwoording. Europees belastinggeld moet aantoonbaar bijdragen aan concrete doelen zoals concurrentievermogen en klimaat, niet verdwijnen in een systeem van vage beloften en vrijblijvende afspraken
Daarnaast constateert de Rekenkamer dat slechts vijf procent van het beschikbare budget van de cohesiefondsen is uitgegeven. Deze fondsen zijn bedoeld voor EU-subsidies om achterblijvende regio’s te ondersteunen, maar veel EU-landen krijgen het geld moeilijk besteed. Critici zien hierin mogelijkheden om erop te gaan bezuinigen en het budget te halveren.

