Renure kan worden ingezet ter vervanging van een deel van de import van dure Russische kunstmest. Met de instemming is de deur geopend om beschikbare nutriënten uit mest beter te benutten. Lidstaten die Renure willen toepassen, zullen daarvoor hun eigen nationale regels moeten aanpassen. Dat kan nog wel enkele jaren duren, zo wordt gevreesd.
Aanvankelijk waren er vooral milieubezwaren tegen het toestaan van meer natuurlijke bemesting in de landbouw omdat het zou leiden tot meer Nitraatvervuiling. Nu wordt in de nieuwe richtlijn vastgelegd dat meer bemesting niet mag leiden tot meer verontreiniging van bodem en grondwater.
Eerst volgt nog een formele bezwaarperiode van drie maanden in Europees Parlement en de EU-Ministerraad; daarna kan de Europese Commissie de definitieve teksten voor herziening van de Nitraatrichtlijn vaststellen. Pas daarna kunnen landen die dat wensen Renure juridisch borgen in hun eigen wet- en regelgeving en het gebruik praktisch mogelijk maken.
De instemming door het Nitraatcomité wordt in de landbouw gezien als een grote doorbraak. Voor agrarische bedrijven biedt Renure concreet uitzicht op meer flexibiliteit bij bemesting binnen Europese kaders. Tegelijk blijft de kern van het milieubeleid overeind: Renure vervangt deels kunstmest om efficiënter met stikstof om te gaan maar is geen vrijbrief om meer stikstof in het milieu te brengen. De bescherming van waterkwaliteit blijft leidend.
Een belangrijk uitgangspunt is dat het gebruik van meer (bewerkte) dierlijke mest niet mag leiden tot een grotere veestapel. Die randvoorwaarde moet voorkomen dat een soepeler inzet onbedoeld extra mestproductie uitlokt. Toezicht hierop komt primair bij de EU-landen zelf te liggen wanneer zij Renure in hun nationale regels vormgeven.
Economisch gezien kan Renure de afhankelijkheid van ingevoerde (Russische) kunstmest verminderen. Door nutriënten uit eigen meststromen te benutten, ontstaat minder kwetsbaarheid voor prijs- en aanvoer schommelingen op de wereldmarkt. Dat past in het bredere streven naar strategische autonomie in de Europese landbouwketen. Het effect zal naar verwachting gradueel zijn: Renure vervangt niet alles, maar kan wel merkbaar bijdragen.
Voor boeren gaat het in de praktijk om een nieuwe optie binnen bestaande milieukaders. De techniek achter Renure maakt het mogelijk om nutriënten in een toepasbare vorm te brengen. Daarmee kan bewerkte mest doelgerichter worden ingezet. De daadwerkelijke meerwaarde hangt straks af van de precieze nationale uitwerking, bedrijfsomstandigheden en beschikbaarheid van installaties en logistiek.

