De Europese Commissie heeft besloten geen nieuw apart fonds op te richten om abortus in Europa te kunnen vergoeden. Daarmee wijst zij de petitie af die werd gesteund door ruim een miljoen Europese burgers via het burgerinitiatief My Voice, My Choice.
Dat initiatief vroeg om een EU-regeling waarmee landen abortuszorg kunnen bieden aan buitenlandse vrouwen die daar in hun eigen land geen toegang toe hebben en daarom naar een andere EU-lidstaat reizen. Volgens de Europese Commissie is zo’n nieuw instrument niet nodig, omdat bestaande subsidies al gebruikt kunnen worden.
Kostenvergoeding
De Commissie verwijst naar het Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+). Dat fonds is bedoeld om ongelijkheid te verminderen en sociale ondersteuning te bieden. Volgens de Commissie kunnen EU-landen dit fonds inzetten om steun te verlenen, mits dit in overeenstemming is met hun nationale wetgeving.
Promotion
Het ESF+ kan onder meer worden gebruikt om kosten te vergoeden voor vrouwen die voor een abortus naar een ander land moeten reizen. Activisten benadrukken dat het daarbij niet alleen om medische kosten gaat, maar ook om reiskosten wanneer dat nodig is.
Nationaal beleid
De verantwoordelijkheid ligt nadrukkelijk bij de EU-landen. Zij bepalen zelf of en hoe zij het fonds gebruiken, selecteren projecten en richten hun eigen beheer- en controlesystemen in. In sommige landen kan het fonds al voor gezondheidszorg worden ingezet; in andere landen moeten programma’s mogelijk eerst worden aangepast.
Het Europees Parlement sprak zich in december uit voor het voorstel van het burgerinitiatief. Tegelijkertijd wezen tegenstanders erop dat abortusbeleid volgens de verdragen een nationale bevoegdheid is.
Teleurgesteld
De initiatiefnemers noemen de beslissing van de Commissie een overwinning, omdat voor het eerst expliciet is bevestigd dat EU-geld mag worden gebruikt om toegang tot abortuszorg te ondersteunen. Tegelijkertijd tonen zij zich teleurgesteld dat er geen extra, specifieke financiering komt.
Volgens de Commissie biedt het bestaande fonds voldoende mogelijkheden. Lidstaten die dat willen, kunnen volgens Brussel relatief snel steun verlenen via de bestaande subsidiekanalen. Daarmee verschuift de aandacht nu van Brussel naar de nationale regeringen, die moeten beslissen of zij van deze mogelijkheid gebruik gaan maken.

