Duitsland en Oostenrijk willen vaker controle op groeimiddelen

De nieuwe Duitse landbouwminister Cem Özdemir (Groenen) wijst het gematigde gewasbeschermingsbeleid van zijn voorganger Julia Klöckner (CDU) af. Hij vindt controle op gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen eens in de vijf jaar niet voldoende, maar wil dat eens per jaar. Bovendien moet Duitse agrariërs daar een volledige administratie van bijhouden. 

In Brussel zal Ozdemir nu samen met zijn Oostenrijkse ambtgenoot Elisabeth Kostinger volgende week maandag in de EU-LNV-raad pleiten voor regelmatige registratie van de toepassing van bestrijdingsmiddelen.

Samen met Oostenrijk stemde Duitsland vorige maand in Brussel al tegen vijfjarige doorgifte van de administratie over gewasbeschermingsmiddelen. “We pleiten voor een kortere periode en hebben geweigerd het onderhandelingsmandaat in de Raad te verlenen. We hebben ons ook het recht voorbehouden om in de loop van de komende onderhandelingen verdere punten in een eigen voorstel op te nemen’, aldus een woordvoerster van het Duitse ministerie tegenover TopAgrar.

Gegevens over toepassing van gewasbeschermingsmiddelen moeten regelmatiger worden gerapporteerd, vindt Ozdemir. Hij kiest daarmee de kant van de ENVI-milieucommissie van het Europarlement. 

De BMEL vatte het specifieker samen: “het behalen van de doelen van de farm-to-fork-strategie moet verifieerbaar en meetbaar zijn. De overdracht van gegevens over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen slechts om de 5 jaar is niet acceptabel. Duitsland zal daarom tegen het huidige ontwerp stemmen”, meldde de BMEL.

Het gaat momenteel om de hervorming van de EU-regels voor landbouwstatistieken. De trialoog-onderhandelingen daarover van de drie EU-instellingen, (Raad, Parlement en Commissie), gaan deze maand van start. Volgens het Duitse ministerie wil de Franse LNV-minister Julien Normandie dat de nieuwe statistische regels in de eerste helft van 2022 wordt aangenomen.