Duitsland verzet zich niet langer tegen een Europese richtlijn tegen bodemvervuiling. Daarmee neemt de weerstand binnen de EU tegen zo’n richtlijn verder af, zo bleek afgelopen week in de EU-Milieuraad. Frankrijk wil het komende halfjaar als EU-voorzitter de bodembescherming in de EU afhandelen.
De EU-bodemstrategie vloeit voort uit de Europese Green Deal en de Europese biodiversiteitsstrategie. Daarmee wil Europa de klimaat- en biodiversiteitsopgave aanpakken. Volgens de Europese Commissie is nu 70 procent van de bodems niet in goede staat. Bij de presentatie van de plannen in november waren er nog veel protesten tegen Europese inmening in nationale bevoegdheden.
De Europese Commissie wil een wet om de bodem te kunnen beschermen en wordt hierin gesteund door het Europees Parlement. Sommige EU-lidstaten zien bodembescherming als een nationale aangelegenheid. Tot dusver betoogde ook Duitsland dat de bodem, in tegenstelling tot lucht en water, niet mobiel was en dat de bescherming ervan daarom geen Europese taak was.
De nieuwe centrumlinkse Duitse regering ziet dat anders. Overal in de EU dreigt bodemdegradatie, zei de nieuwe minister van Milieu Steffi Lemke (Grünen). Daarom moet bodemvruchtbaarheid samen worden aangepakt. Lemke benadrukte wel dat nationale en Europese regels elkaar zo min mogelijk moeten overlappen.
Zweden, Denemarken en Hongarije riepen ook op alleen het hoognodige te doen, maar accepteren wel dat er een EU-richtlijn moet komen.
In de nieuwe bodemstrategie wordt bepaald dat vanaf 2050 geen bouwland en grasland meer verloren mag gaan. Tot die tijd moet bouwen in agrarisch gebied worden gecompenseerd door ontginning van nieuwe landbouwgrond. Roemenië en Bulgarije vinden dat de EU ook geld moet vrijmaken voor het saneren en reinigen van vervuilde bodems.
In een eerste reactie in november zei LTO-Nederland dat Nederland al veertig jaar een eigen bodembeleid heeft met ‘meer dan genoeg wettelijke mogelijkheden’. Sinds de jaren tachtig voert Nederland volgens LTO als een van de eerste EU-lidstaten een actief bodembeleid, en noemt dat ‘al meer dan voldoende.’

