De Amerikaanse onderhandelaars kwamen naar Brussel om te bespreken waarom het juli-akkoord, dat bedoeld was om een handelsoorlog te voorkomen, zo traag wordt geïmplementeerd. Dat akkoord bevatte onder meer een importtarief op een groot deel van de Europese uitvoer.
In die gesprekken koppelde Washington de tarieven opnieuw aan andere Amerikaanse eisen. De Verenigde Staten willen dat Europa bepaalde eigen regels aanpast, vooral op het gebied van digitale platforms en milieubeleid. Lagere of soepelere Amerikaanse heffingen worden alleen overwogen als de EU bereid is tot het versoepelen of terugdraaien van deze regels. Voor de EU is juist dat punt gevoelig: de digitale en groene wetten worden gezien als eigen bevoegdheid die niet door andere landen mag worden beïnvloed.
Die aanpak zorgde voor felle reacties, vooral van Europese politici die spreken van “chantage” of “blackmail”. Zij verwijten de Verenigde Staten dat ze economische druk gebruiken om politieke en wettelijke concessies af te dwingen. De boodschap die Europa laat horen is dat zulke regels niet ter onderhandeling staan.
De EU beschouwt haar digitale regels DMA en DSA als een vorm van soevereiniteit. Wetten tegen misbruik en tegen schadelijke praktijken op digitale platforms zijn volgens Brussel een eigen keuze. De EU stelt dat deze niet mogen worden ingewisseld voor handelsvoordelen of lagere heffingen.
De Verenigde Staten en verschillende Amerikaanse tech-bedrijven klagen over de manier waarop Europa regels oplegt aan gedrag en zaken-doen op internet. Zij zien de Europese aanpak als oneerlijk of buitensporig, zeker wanneer hoge boetes of strenge verplichtingen worden opgelegd aan bedrijven zoals Google, Amazon, Apple, Microsoft en X.
Tegelijkertijd spelen gevolgen voor de Europese landbouw en voedselketen een duidelijke rol. Handelsmaatregelen van zowel de Verenigde Staten als China raken Europese agro- en voedingsproducten direct. Die conflicten worden breder gevoed doordat de handel met de Verenigde Staten nauw verweven is met de omgang met China.
De EU, de VS en China bespreken allemaal nieuwe afspraken, terwijl zorgen bestaan over Chinese overcapaciteit, staalproductie, exportbevordering en economische druk. Dat maakt de positie van de EU ingewikkeld: ze probeert handel te beschermen, maar wordt tegelijk geconfronteerd met grootmacht-politiek van meerdere kanten.

