Amper een half jaar na de presentatie van de EU- Klimaatplannen tegen opwarming van de aarde heeft de Europese Commissie nu vijf nieuwe voorstellen aangekondigd om de uitstoot van methaan en stikstof verder te verminderen. Die vermindering wordt vooral gezocht in een de omschakeling van vervuilende energiebronnen (zoals aardgas en kolen) naar schone energie, zoals waterstof.
De energiesector (lees: elektriciteitscentrales en de GasUnie) krijgt tot 2030 de tijd om een deel van hun methaanuitstoot terug te dringen. Daarbij wordt gedacht aan het repareren van lekkende gasleidingen, en het affakkelen van gas-restanten.
Methaan (CH4) is na koolstofdioxide (CO2) het belangrijkste broeikasgas dat bijdraagt aan de opwarming van de aarde. Op het moment dat het de lucht in gaat, is het wel 80 tot 100 keer sterker dan CO2. Methaan is voor een kwart verantwoordelijk voor de door de mens veroorzaakte opwarming van de aarde. Met het blote oog kun je het niet zien.
Methaan wordt in Europa nog onvoldoende gereguleerd. Met nieuwe methaanwetgeving wil de Europese Commissie de uitstoot in de energiesector aanpakken, met een beperkte taak tot 2030, en uitbreiding daarna.
Methaan verdwijnt na ongeveer 15 jaar uit de atmosfeer. Als de uitstoot nu zou stoppen merkt de planeet dat al over 15 jaar. Er komt geen methaan bij, én de hoeveelheid methaan in de atmosfeer daalt. Het broeikaseffect neemt dan zelfs af. Voor de opwarming van de aarde is het terugdringen van methaan echter alleen niet voldoende.
Een deel van het gebruik van aardgas wordt in de toekomst vervangen door waterstof. De Europese Commissie herziet daarom de gaswetgeving en voegt daar regels over waterstof aan toe. Om een markt voor waterstof op te zetten, komen er regels voor marktordening, het gebruik van infrastructuur en voor consumentenrechten.
De ontwikkeling van waterstofgas op grote schaal staat nu nog in de kinderschoenen, maar nu al zeggen ingenieurs en techneuten dat dat het gas van de toekomst wordt.
Eerder deze week presenteerde het Instituut voor Landbouw- en Handelsbeleid (IATP) een nieuwe studie over de milieueffecten van de 35 grootste vlees- en zuivelconcerns in Europa. Die zijn volgens IATP verantwoordelijk voor 7 procent van de broeikasgassen in de EU. Onder de 35 onderzochte concerns vallen onder meer FrieslandCampina, Danish Crown, Nestlé en Danone. Gekeken werd onder meer naar hun klimaatplannen en de uitstoot binnen hun ketens.
Zesentachtig procent van alle vlees en zuivel in de EU komt uit 10 Europese landen: Duitsland, Frankrijk, Spanje, Polen, Italië, Nederland, Denemarken, Ierland, België en het VK. Voor een transitie in de Europese landbouw moeten vooral deze 10 landen aan de bak, aldus de onderzoekers.
Volgens de auteurs heeft geen enkele zuivel- of agriconcern het verkleinen van de veestapel als mogelijke oplossing in beeld. Ook de sterk stijgende vleesexport is verantwoordelijk voor de toenemende uitstoot, zo wordt gesteld.
Geen enkel EU-land houdt deze grote agro-concerns mede-verantwoordelijk voor de uitstoot in hun keten, ook al zijn de landbouwemissies de afgelopen tien jaar gestegen. Terwijl de EU zich voorbereidt op de lancering van âkoolstof-boerenâ (CFI, Carbon Farming Initiative) als onderdeel van de Green Deal, zouden de EU-landen de vlees- en agro-industrie moeten verplichten hun uitstoot te verminderen, zo bepleit de IATP.
Slechts drie onderzochte bedrijven (NestlĂ©, FrieslandCampina en ABP) hebben plannen aangekondigd om hun totale uitstoot in de toeleveringsketen te verminderen. Het IATP concludeert dat veel grote agrobedrijven nauwelijks klimaatplannen of -doelstellingen hebben. En zelfs bedrijven die dat wel hebben, zouden zich schuldig maken aan âgroenwassenâ en zich âmilieuvriendelijkerâ doen voorkomen dan het in werkelijkheid is.

