EU-Klimaatcommissaris Wopke Hoekstra heeft zijn klimaatambitie voor 2040 bevestigd: een reductie van 90 procent van de broeikasgasuitstoot ten opzichte van 1990. Dit doel is in lijn met de wetenschappelijk aanbevolen route naar klimaatneutraliteit in 2050.
Tegelijk introduceert de Commissie een rekenkundige aanpassing. De EU-landen mogen onder voorwaarden buitenlandse emissiereducties meenemen in hun nationale berekeningen. Het gaat bijvoorbeeld om investeringen in klimaatprojecten buiten de EU.
Het nieuwe voorstel betekent dat de EU-landen meer flexibiliteit krijgen om het doel te halen. Volgens Hoekstra is deze aanpak nodig om rekening te houden met verschillen tussen lidstaten in economische capaciteit en bestaande klimaatmaatregelen Een bindend nationaal doel per land is niet voorgesteld, tot teleurstelling van milieuorganisaties.
Lokale bestuurders uit ruim 400 steden hebben kritiek op deze benadering. In een gezamenlijke oproep, pleiten zij voor een bindend emissiedoel per lidstaat, zonder buitenlandse verrekening. Zij vrezen dat het huidige voorstel tot uitstel en ongelijke inspanning zal leiden.
Ook milieuorganisaties uiten zorgen. De vrees wordt uitgesproken dat het toelaten van buitenlandse credits de geloofwaardigheid van de EU-doelstelling ondermijnt. Zij wijzen erop dat echte reductie binnen Europa noodzakelijk is om de klimaatcrisis aan te pakken en gezondheidsschade door luchtvervuiling te beperken.
Volgens Brussel is vasthouden aan het 90-procentdoel essentieel om Parijs-doelen te halen en de energietransitie betaalbaar te houden. De Europese Commissie wijst erop dat de flexibiliteit de kans vergroot dat de EU-landen gaan meedoen, in plaats van afhaken.
Frankrijk had eerder aangedrongen op uitstel van het vastleggen van het 2040-doel, maar kreeg daarvoor geen steun. Milieucommissaris Ribera noemde eventueel uitstel “een vergissing”. Ze stelt dat duidelijkheid op lange termijn nodig is voor investeringen in schone energie en industriële innovatie.

