Tot nu toe lag de nadruk in de Europese auto-industrie vooral op auto’s met benzinemotoren en op zware en prijzige elektrische modellen. Die strategie levert nauwelijks grote groepen kopers op. Daarom kiest Brussel voor een andere insteek: eenvoudige en goedkope auto’s die binnen Europa worden ontwikkeld en geproduceerd.
De Commissie wil dat de arbeidsplaatsen en de economische waarde in de EU-landen blijven. Door productie en toelevering hier te verankeren, moet de prijsdruk worden beteugeld. Brussel benadrukt dat het segment van goedkope kleine elektrische stadsauto’s niet kan worden overgelaten aan buitenlandse (vooral: Aziatische) concurrenten.
Veel Europese autobedrijven onderschrijven het belang van kleine EV’s, maar waarschuwen dat randvoorwaarden nog ontbreken. Zonder voldoende oplaadpunten in dorpen en steden en langs snelwegen en zonder betaalbare energie blijft voor het grote publiek de overstap van brandstofauto's naar EV’s stoef, zo waarschuwt de industrie.
Tijdens een overleg tussen de Europese Commissie en de grote Duitse, Franse en Italiaanse autobedrijven is door Brussel die koers opnieuw bevestigd: de toekomst is elektrisch. Vooral de compacte klasse en lichte bestelwagens moeten sneller op de markt komen, omdat daar de grootste behoefte ligt.
De afgelopen jaren staken de Europese fabrikanten miljarden in elektrische platforms en technologie. Toch stokte de vraag juist bij de duurdere uitvoeringen. Tegelijkertijd veroverden vooral Chinese, Koreaanse en Japanse fabrikanten terrein met goedkopere modellen in het stads- en bedrijfssegment.
De oplossing zit in eenvoud: lichtere auto’s met kleinere batterijen. Dat drukt de kosten en verlaagt het energieverbruik. In combinatie met meer laadinfrastructuur kan de elektrische auto zo bereikbaar worden voor veel meer Europeanen, zo zegt de Europese Commissie≥
De industrie pleit voor regels die kleine EV’s bevoordelen. Denk aan subsidies, lagere heffingen of minder bureaucratische obstakels. Zonder zulke maatregelen blijft het moeilijk om goedkope modellen rendabel te maken in een markt waar prijs het verschil bepaalt. Daar lijkt Brussel nu gehoor aan te gaan gaven.
Voor Brussel gaat het om meer dan mobiliteit alleen. Betaalbare elektrische stadsauto’s moeten tegelijk bijdragen aan klimaatdoelen (minder luchtvervuiling), industriële slagkracht (innovatie) en consumentenbelang (betaalbaar autorijden). Als het plan slaagt, staat de “E” in elektrisch niet alleen voor energie en efficiëntie, maar vooral ook voor Europees.

