De Europese Commissie zou deze week duidelijkheid geven over de toekomst van het 2035-verbod op nieuwe benzine- en dieselauto’s, maar dat besluit is verschoven. Dat verbod is anderhalf jaar geleden al afgekondigd, maar autofabrikanten en EU-politici willen er van terugkomen.
Autofabrikanten dringen al langere tijd aan op aanpassingen. Zij wijzen op tegenvallende verkopen van elektrische auto’s, de trage overstap naar nieuwe technologie en sterke concurrentie uit China.
Commissievoorzitter Ursula von der Leyen zei eerder dat de Europese autofabrieken niet moeten vasthouden aan het elektrificeren van hun (bestaande) grote (duurdere) autotypes. Zij vindt dat de Europese auto-industrie met de productie van kleine, goedkope elektrische (stads-)auto’s de strijd met de Chinezen moet aangaan.
Duitsland speelt daarbij een zichtbare rol. Bondskanselier Merz vraagt om uitzonderingen voor plug-in hybrides, volledige hybrides, voertuigen met een ‘actieradius-verlenger’ en ook voor auto’s met zeer efficiënte verbrandingsmotoren. Grote fabrikanten ondersteunen dat verzoek en zeggen dat alle aandrijfsystemen mogelijk moeten blijven.
Meerdere landen, waaronder ook Italië, willen ook andere technologieën zoals auto’s die rijden op (minder vervuilende) biobrandstoffen toelaten na 2035. Frankrijk houdt juist vast aan een volledig elektrisch pad, om eerdere investeringen van de sector niet te ondermijnen. Daardoor groeit de verdeeldheid binnen de EU.
Naast het autobeleid schuift Brussel ook het Buy European-plan vooruit. Dat pakket zou Europese bedrijven moeten versterken, maar stuit op aarzelingen bij verscheidene EU-landen. Zij vrezen risico’s voor handel, prijzen en toeleveringsketens als Europese voorkeur te snel wordt ingevoerd, ten nadele van geïmporteerde Aziatische of Amerikaanse concurrenten.
Negen landen vragen om grote voorzichtigheid bij dat voorstel. Zij willen eerst een betere analyse van de economische gevolgen en stellen dat Europese voorkeur slechts als laatste middel mag worden ingezet, vooral in duidelijk omschreven strategische sectoren.
Door die verdeeldheid raakt ook dit dossier vertraagd. De Europese Commissie had het pakket dit jaar willen presenteren, maar door uiteenlopende standpunten binnen de EU is de besluitvorming doorgeschoven naar een later moment. Daarmee blijven zowel de industrie als de EU-landen in onzekerheid.

