De nieuwe Europese ontbossingswet is gericht tegen het kappen van oerwouden om er akkers van te kunnen maken voor de productie van landbouwproducten. Vier landen (Wit-Rusland, Myanmar, Noord-Korea en Rusland) worden door de Europese Commissie als ‘hoog risico’ beschouwd.
Voor deze landen dreigen daadwerkelijke importbeperkingen. De nieuwe wet zal van toepassing zijn op soja, rundvlees, palmolie, hout, cacao en koffie, en sommige afgeleide producten, waaronder leer, chocolade en meubels.
Daarnaast zijn tientallen landen geclassificeerd als ‘gematigd risico’. In deze categorie vallen onder meer Brazilië en Maleisië. Voor deze landen gelden vanaf nu extra documentatie-eisen. Importeurs moeten kunnen aantonen dat hun producten niet afkomstig zijn van recent ontboste gebieden. Australië wordt daarentegen als ‘laag risico’ ingeschaald.
De wet, bekend als EUDR, is niet onomstreden. Critici wijzen erop dat de beoordeling van landen mogelijk oneerlijk uitvalt, of tot handelsproblemen leidt. Milieuorganisaties hebben gezegd dat de voorgestelde importregels vooral een politiek handelsdoel hebben, en amper een milieu-effect beogen.
Tegelijkertijd heeft de Commissie een overgangsperiode ingesteld: landen met een laag risicoprofiel krijgen meer tijd om aan de regels te voldoen. Brussel wil zo disproportionele gevolgen vermijden voor landen met een goede reputatie op het gebied van bosbeheer. Daaronder vallen zelfs ook enkele EU-landen met een omvangrijke bomenkap en hout-productie.

