Antilleneilanden betrapt op ontduiken EU-exportbelasting

Custom patrol

Het hoogste gerechtshof van de Europese Unie heeft vastgesteld dat Groot-Brittannië en Nederland miljoenen euro’s douanerechten aan de EU moeten afdragen die hun overzeese gebiedsdelen ten onrechte niet hebben geïnd.

Het in Luxemburg gevestigde Europese Hof van Justitie oordeelde dat Groot-Brittannië aan de Europese Unie verantwoording verschuldigd is voor het handelen en nalaten van de belasting-autoriteiten van Anguilla. Het Hof oordeelde op dezelfde manier in het geval waarin Nederland betrokken was met Aruba en Curacao.

In beide gevallen beweerden die overzeese gebiedsdelen ten onrechte dat goederen die naar de EU waren uitgevoerd vrijgesteld waren van uitvoerrechten. De EU staat het vrije verkeer van goederen tussen haar lidstaten toe als de producten van oorsprong uit het land zelf zijn.

Tussen 1999 en 2000 heeft Anguilla aluminium geïmporteerd en vervolgens zonder tarieven doorverkocht aan Italië. Curaçao beweerde ten onrechte tussen 1997 en 2000 dat het melkpoeder en rijst produceerde die het aan zowel Nederland als Duitsland verkocht. Aruba deed hetzelfde tussen 2002 en 2003 met gries en meel. Deze regelingen werden ontdekt door de anti-fraude-eenheid van de Europese Commissie.
In 2010 verzocht de Europese Commissie Londen en Den Haag het verlies aan belastinginkomsten alsnog af te dragen. Brussel stelde beide landen verantwoordelijk voor het financiële verlies van de EU. Zowel het VK als Nederland weigerden te betalen en de Europese Commissie bracht beide zaken in 2017 voor het Europese Hof van Justitie.

Nederland en het Groot-Brittannië zeiden dat Anguilla, Aruba en Curaçao de goederen onjuist hebben geëxporteerd en dat die voormalige koloniën daarom zelf verantwoordelijk moeten worden gehouden. Aruba en Curaçao zijn zelfstandige landen binnen het koninkrijk der Nederlanden en hebben hun eigen grondwet en zijn verantwoordelijk voor de afgifte van hun eigen exportcertificaten, betoogde Nederland. Het Verenigd Koninkrijk hanteerde een soortgelijk standpunt over Anguilla.

Het Hof in Luxemburg was het hier niet mee eens. De EU-rechters zeiden dat Nederland en Groot-Brittannië verplicht zijn om alle maatregelen te nemen die nodig zijn om de naleving van de Verdragen of de handelingen de Unie te waarborgen. Beide landen zijn nu verplicht om het verlies te compenseren. Voor Nederland beweerde de EU dat het meer dan $ 20 miljoen verloor van Curaçao en $ 332.000 van Aruba. De Europese Commissie heeft geen specifiek bedrag genoemd in hyet geval van Anguilla.

De uitspraak in beide zaken is definitief en er kan geen beroep tegen worden aangetekend.