Adema en Özdemir haken meteen in op nieuwe EU-landbouwdialoog

De Nederlandse landbouwminister Piet Adema is blij met het ‘luisterend oor en de strategische dialoog’ die voorzitter Ursula von der Leyen vorige week de Europese boeren heeft aangeboden.

Adema prees de toon van haar jaartoespraak en verwees naar het recente Nederlandse (vastgelopen) landbouwoverleg ‘om met elkaar in gesprek te blijven; wég van de polarisatie’. De Duitse Landbouwminister Cem Özdemir liet zich maandag bij het maandelijkse Landbouwberaad in soortgelijke bewoordingen uit.

Beide bewindslieden hekelden wel dat sommige Europese landbouwvoorstellen door de nu aangekondigde ‘dialoog van Ursula’ op de lange baan dreigen te worden geschoven. Adema en Özdemir wezen er op dat de Europese boeren een gelijk speelveld nodig hebben, en dat daarom op tal van terreinen nieuwe Europese wetgeving nodig is.

Beiden vinden dat de Europese Commissie in elk geval het aangekondigde nieuwe dierenwelzijn moet afhandelen.

De groene Duitse minister zei verder dat de Europese Commissie de afgelopen jaren eerder en beter had moeten luisteren naar de kritiek op Klimaat- en Milieuwetten. Zo zitten er volgens hem door die halsstarrige houding vanaf het begin ernstige weeffouten in het SUR-wetsvoorstel voor halvering van gevaarlijke chemicaliën. Özdemir uitte publiekelijk zijn onvrede, zonder Commissarissen bij name te noemen.

De Duitse minister wees er op dat het nog steeds niet afgehandelde pesticidenvoorstel funest zal zijn voor veel fruittelers en de druiventeelt voor de wijnindustrie. Bovendien komen de Commissarissen niet met eerder toegezegde verbeteringen. Aankondigen-doen kunnen we allemaal, maar het komt aan op daadwerkelijk uitvoeren, zo merkte hij mopperend op.

Zo is nog steeds niet duidelijk hoe de landen ‘gehonoreerd’ gaan worden die al eerder begonnen met forse vermindering van gevaarlijke middelen. Dat is iets waar ook Nederland al die tijd op aandringt. Ook heeft Milieucommissaris Sinkevicius nog steeds niet duidelijk gemaakt wat hij bedoelt met ‘kwetsbare ecologische gebieden’, terwijl zijn Landbouwcollega Janusz Wojciechowski allang gezegd heeft ‘dat dat van de baan gaat’.

De groene Duitse minister vreest dat het hele SUR-voorstel door dat gedoe sneuvelt, omdat een paar Midden-Europese agrarische landen al vanaf het begin faliekant tegen zijn, dat er een paar weifelaars waren en slechts een paar echte voorstanders (waaronder Duitsland en Nederland). 

Özdemir vindt nog steeds dat het gebruik van chemicaliën verminderd moet worden, en kondigde daarom een ‘tussenvoorstel’ aan. De details daarvan zijn nog niet bekend, maar Özdemir zei ‘dat hij gebruik gaat maken van de door Commissievoorzitter Von der Leyen aangekondigde strategische dialoog’. Hij wees op de positieve resultaten in Duitsland van de (inmiddels opgeheven) ‘Zukunftkommission’.

Ook minister Adema zei na afloop tegen verslaggevers dat de landbouw nog lange tijd ‘een beetje’ chemische middelen nodig zal hebben, naast nieuwe ‘groene’ middelen en nieuwe gmo-technieken zoals crisp-cas.