Veel EU-landen dringen aan op gelijke criteria en normen voor voedselkwaliteit, zo bleek maandag op de maandelijkse vergadering van de EU-Landbouwministers. Ze vinden dat bestaande controles tekortschieten. Zij vragen om extra toezicht op ingevoerde producten, met nadruk op kwaliteit en veiligheid.
Een belangrijk aandachtspunt is de aanwezigheid van residuen van chemische bestrijdingsmiddelen. Controles moeten zich expliciet richten op stoffen die binnen de EU verboden zijn. Twaalf ministers zeiden dat importen aan gelijke normen moeten voldoen als producten uit de EU. Zonder die gelijkheid ontstaat volgens hen oneerlijke concurrentie, omdat EU-boeren gebonden zijn aan strengere eisen.
De druk op de Europese Commissie neemt toe. Meerdere landen treden gezamenlijk op en vragen om concrete maatregelen. Zij willen dat toezeggingen over extra controles en handhaving snel worden omgezet in praktijk.
Naast strengere controles wordt gepleit voor structurele monitoring. Landen vragen om regelmatige, terugkerende rapportages over de hoeveelheden geïmporteerd voedsel van buiten de EU, en de effecten daarvan op nationale markten, niet alleen op EU-niveau.
Vijf Oost-Europese landen vinden dat die monitoring vooral moet gaan gelden voor import vanuit Oekraïne, maar daar is lang niet iedereen het mee eens. De Europese Commissie wijst erop dat er nog maar kort geleden nieuwe importregels met Kyiv zijn afgesproken, inclusief een ‘noodrem’ als er marktverstoring gaat ontstaan.
Hoe ver de aangescherpte controles precies zullen gaan, is nog niet duidelijk. Ook is niet vastgelegd welke landbouwproducten als eerste worden onderzocht en hoe vaak controles plaatsvinden.
Over timing, omvang en financiering van de maatregelen bestaat nog onduidelijkheid. De Europese Commissie moet deze punten verder uitwerken voordat duidelijk wordt hoe het strengere toezicht er in de praktijk uitziet.

