EU-landbouwbeleid: geen daden maar woorden

Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) is van cruciaal belang voor Europa, zegt de vertrekkende Europese commissaris voor Landbouw Janusz Wojciechowski. Hij bespreekt maandag in Luxemburg de uitslag van de recente Europese verkiezingen met de Landbouwministers van de 26 EU-landen, en het toekomstige landbouwbeleid.

Het beraad is ook de laatste LNV-ministerraad onder leiding van het Belgische EU-voorzitterschap; vanaf 1 juli is het niet zo EU-vriendelijke Hongarije een half jaar EU-voorzitter. Bovendien ligt het komende half jaar veel EU-besluitvorming stil, in afwachting van de benoeming van een nieuwe Europese Commissie. Door de regeringsleiders wordt achter de schermen al besproken welke commissarissen voor herbenoeming in aanmerking komen, en wie niet.

De afscheidnemende huidige Commissie heeft afgelopen week (geheel volgens planning) de concept-begroting voor het jaar 2025 gepresenteerd. Daarin wordt een vrijwel budget-neutrale begroting gepresenteerd, met slechts hier-en-daar (al eerder overeengekomen) aanpassingen. 

Ook voor gemeenschappelijk Landbouwbeleid is geen enkele verhoging opgenomen, ondanks eerdere pleidooien van Commissaris Wojciechowski. Hij vindt dat in elk geval het ‘rampenfonds’ verhoogd moet worden, en dat alle posten voor inflatie gecorrigeerd moeten worden. De commissie probeert volgend jaar 53,8 miljard euro te reserveren voor het GLB, ongewijzigd ten opzichte van de begroting voor 2024. Wojciechowski, die de afgelopen vijf jaar verantwoordelijk was voor de landbouwopdracht, deed een beroep op de Europese leiders om het belang van het GLB te onderkennen. 

Het Belgische voorzitterschap zal de LNV-ministerraad in Luxemburg uitnodigen om een ​​reeks conclusies te trekken over de gewenste toekomst van de landbouw. Die conclusies moeten het antwoord vormen op de recente boerenprotesten in veel EU-landen, en op de uitdagingen waarmee de landbouwsector de komende jaren wordt geconfronteerd.

Bovendien zal in nieuw landbouwbeleid de uitkomst (?) van de agrarische dialoog van Commissievoorzitter Ursula von der Leyen moeten worden meegenomen. Zij zette begin dit jaar – onder druk van de boerenprotesten – de Green Deal-maatregelen in de landbouw op een laag pitje, en beloofde ‘ met de boeren een dialoog aan te gaan’. Sindsdien is van die dialoog amper nog iets vernomen.

Het enige wat er sindsdien concreet door het Europees Parlement en de EU-landen is besloten, is om vier in 2021 vastgestelde klimaatregels niet verplichtend in te voeren, maar op vrijwillige basis. Bovendien waren die vier maatregelen vanwege het uitbreken van de Russische oorlog tegen Oekraïne al meteen opgeschort. En de veel-benoemde ‘lastenverlichting’ wordt overgelaten aan de EU-landen zelf, en gaat vooral om het afschaffen van administratieve verplichtingen; niet het afschaffen van premies en belastingen.

Daarnaast is vorige week een officieel begin gemaakt met de onderhandelingen met Oekraïne over toetreding tot de EU. Het door Rusland belegerde land wil zijn geopolitieke koers verleggen naar de EU, en zoekt aansluiting bij Europa. Die handelingen kúnnen jaren gaan duren, maar ook al snel richtinggevend worden. 

Als die ‘agrarische reus’ wordt toegelaten tot de EU-gemeenschappelijke markt, zal dat het huidige landbouwbeleid en de huidige voedselproductie vrijwel geheel overhoop gooien. Daarom is nu al duidelijk dat er op EU-landbouwgebied voorlopig niets zal veranderen, in afwachting van een nieuw (iets rechtser) Europees Parlement, een nieuwe ploeg Commissarissen (inclusief opnieuw Von der Leyen?), een nieuwe (hogere?) GLB-begroting en (snelle of trage) toelating van Oekraïne.