De ministers spraken af dat de EU in 2040 formeel nog altijd 90 procent minder broeikasgassen moet uitstoten dan in 1990, zoals voorgesteld door Klimaatcommissaris Wopke Hoekstra. Maar de 27 EU-landen mogen tot vijf procent van die reductie realiseren via zogenoemde koolstofkredieten in niet-EU-landen.
Nu de EU-landen de komende jaren honderden miljarden euro’s extra willen besteden aan het op gang brengen van een Europese Defensie-industrie, en bovendien de Europese economie wil versterken, wordt in de EU-landen steeds vaker afgezien van investeringen in klimaat en milieu en duurzaamheid.
Het afgezwakte CO2-akkoord bepaalt bovendien dat er later nog eens vijf procent extra kan worden afgekocht, mocht blijken dat landen hun binnenlandse doelstellingen niet halen. Daarmee kan de feitelijke reductie op Europees grondgebied dalen tot 80 procent.
De toezegging geldt als richtinggevend, maar is niet juridisch bindend. Het is bedoeld als politieke leidraad voor de komende vijf jaar, tot het Europees Parlement en de Raad tot wetgeving besluiten. Verscheidene landen, waaronder Hongarije, Polen en Italië, verzetten zich tegen bindende verplichtingen.
Zuid- en Oost-Europese landen drongen aan op meer ruimte om economische schade te voorkomen. Nederland, Spanje en Zweden pleitten juist voor het behouden van de oorspronkelijke ambitie, uit vrees dat Europa anders zijn klimaatleiderschap verliest.
Onderdeel van het compromis is ook een uitstel van het ETS II-systeem, de nieuwe CO2-heffing voor auto’s en gebouwen. Die maatregel wordt minstens een jaar verschoven, officieel om burgers en bedrijven meer tijd te geven zich aan te passen.
Wetenschappers waarschuwen dat het ruimere gebruik van koolstofkredieten de geloofwaardigheid van het Europese klimaatbeleid ondermijnt. Ze wijzen erop dat de beloofde uitstootverminderingen in het buitenland moeilijk controleerbaar zijn en vaak minder effectief blijken.
Toch noemt Commissaris Hoekstra het akkoord “een belangrijke stap vooruit”, al erkende hij dat het geen perfect resultaat is. Volgens betrokkenen moest de EU hoe dan ook een akkoord kunnen tonen op de komende VN-Klimaattop in Brazilië om internationaal gezichtsverlies te vermijden.

