De Europese Commissie wil de regels voor het opstellen van de jaarlijkse begrotingen van de EU-landen moderniseren en vereenvoudigen. Daarmee kan ook de hoogte van hun jaarlijkse bijdragen aan de EU opnieuw ter discussie komen. Vooral de Europese begrotingsregels in het zogeheten Stabiliteits- en Groeipact zijn te complex.
Volgens EU-commissaris Paolo Gentiloni (Economie) is de huidige economische situatie in de EU-landen ook anders dan tien jaar geleden. Stabiliteit blijft het belangrijkste doel maar er zijn dringend maatregelen nodig die de economische groei stimuleren en we moeten immense investeringen op gang krijgen om de klimaatverandering aan te kunnen, zo zei Gentiloni.
De huidige begrotingsregels bepalen onder meer dat het begrotingstekort van een euroland niet meer dan 3 procent van het bruto binnenlands product (bbp) mag bedragen, en de overheidsschuld maximaal 60 procent van het bbp. Als een EU-land zich daar niet aan houdt, gaan de andere EU-landen zich ermee bemoeien omdat te grote tekorten in het ene land ertoe kunnen leiden dat de wisselkoers van de euro onder druk komt te staan, waar andere EU-landen ere ook last van kunnen krijgen. Bovendien kunnen landen die in slechte economische omstandigheden verkeren in sommige gevallen aanspraak maken op financiële steun uit EU-fondsen.
De aankondiging van de studie naar nieuwe economische criteria voor de EU-begrotingen valt min of meer samen met de speciale EU-top die EU-president Charles Michel over twee weken in Brussel houdt over de EU-meerjarenbegroting. De regeringsleiders en ministers van de EU-landen zijn verdeeld over de maximale hoogte van de EU-uitgaven, omdat ze hun jaarlijkse nationale bijdragen niet of slechts gering willen verhogen.
Daarom nodigt de Commissie de belanghebbenden, waaronder de andere Europese instellingen, nationale autoriteiten, sociale partners en de academische wereld, uit om in een debat hun mening te geven over hoe het systeem voor economisch toezicht en controle kan worden verbeterd. Uiterlijk eind dit jaar wil de Europese Commissie de nieuwe afspraken in orde hebben.
De meeste EU-landen zijn voorstander van vereenvoudiging van de begrotingsregels, maar de EU-ministers van Financiën zijn zeer verdeeld over hoe dat moet worden aangepakt. De huidige regels werken goed om begrotingstekorten terug te dringen, zoals recent bleek in Italië en Griekenland, maar niet om in andere EU-landen de overschotten te verminderen. Vooral Nederland zou meer van de spaartegoeden en reserves moeten inzetten ten gunste van zwakkere EU-landen, zo vinden sommige landen.
De Nederlandse minister Wopke Hoekstra bepleitte eerder dat de Europese regels moeten leiden tot houdbare overheidsfinanciën. Eerder maakte hij in Brussel al duidelijk dat de door de EU berekende Nederlandse ‘reserves’ een vertekend beeld geven, omdat Brussel ook het geld van de pensioenfondsen meetelt.
In veel EU-landen zijn de inkomsten en tegoeden van de pensioenen gebaseerd op een belástingstelsel, waardoor de pensioenfondsen min of meer door de overheid kunnen worden aangestuurd. In Nederland zijn de pensioenfondsen eigendom van werkgevers en werknemers, en niet van de overheid, en zijn de pensioenreserves geen nationale reserve.

