De ministers bereikten maandag in Luxemburg unaniem overeenstemming over hun gezamenlijke onderhandelingspositie voor het landbouwbeleid van 2028 tot 2034. Daarmee accepteren zij grotendeels de nieuwe structuur die de Europese Commissie heeft voorgesteld. De financiële afspraken zijn voorlopig buiten het akkoord gehouden.
De huidige afzonderlijke financiering van inkomenssteun voor boeren en subsidies voor plattelandsontwikkeling wordt samengevoegd in een veel groter Europees fonds. Daaruit worden voortaan ook regionale ontwikkeling, visserij en andere beleidsterreinen betaald. Elk EU-land moet een nationaal plan opstellen voor de verdeling van het geld.
Meer per land
De afzonderlijke EU-landen krijgen daarbij aanzienlijk meer vrijheid om hun eigen landbouwbeleid vorm te geven. Aanbevelingen van de Europese Commissie over nationale steunprogramma's zouden niet bindend moeten zijn. De landbouwministers willen de Europese regels vereenvoudigen en subsidies beter afstemmen op de omstandigheden in afzonderlijke landen.
EU-landbouwcommissaris Christophe Hansen verwelkomde het akkoord, maar waarschuwde tegelijkertijd voor te veel nationale vrijheid en lagere ambities. Volgens hem moeten de gemeenschappelijke kenmerken van het landbouwbeleid behouden blijven.
Kwart minder
De Europese Commissie heeft ongeveer 300 miljard euro voor landbouwsteun voorgesteld, tegenover 387 miljard euro in de huidige periode. Dat is 87 miljard euro (=22%) minder. Eind november moet een extra EU-top over de meerjarenbegroting beslissen hoeveel geld uiteindelijk voor landbouw beschikbaar komt.
De toekomstige inkomenssteun moet vooral terechtkomen bij boeren die daadwerkelijk landbouw bedrijven. De EU-landen mogen zelf bepalen wie als actieve boer wordt beschouwd. Daarbij wordt ook rekening gehouden met nationale omstandigheden en de positie van gepensioneerde landbouwers. De verdeling van subsidies per hectare wordt eveneens afgebouwd.
Jonge boeren en kleinere landbouwbedrijven krijgen bijzondere aandacht. Alle EU-landen moeten extra steun bieden aan jongeren die een landbouwbedrijf willen beginnen, onder meer via hogere betalingen, opleidingen en begeleiding. Over maximale subsidies per bedrijf en het geleidelijk verlagen van hoge betalingen wordt later beslist.
Plattelandfonds
De afzonderlijke financiering van plattelandsontwikkeling verdwijnt. Duitsland heeft garanties gevraagd voor de voortzetting ervan en betreurt het schrappen. Milieueisen blijven bestaan, maar de EU-landen krijgen meer zeggenschap over de uitvoering. Natuurorganisaties vrezen daardoor minder bescherming voor natuur en biodiversiteit.
De ministers willen bovendien betere verzekeringen en noodsteun voor boeren die worden getroffen door extreem weer, ziekten of andere crises. Het akkoord is nog geen definitieve wetgeving. Het Europees Parlement moet er ook nog zijn eigen standpunt bepalen, waarna gezamenlijke onderhandelingen van de EU-ministers en het Europarlement kunnen beginnen.