Meer steun maar geen doorbraak voor Nederlands plan voor mestvervangers

Het Nederlandse project voor het omwerken van dierlijke mest tot een gezuiverde en natuurvriendelijke mestvervanger wordt inmiddels gesteund door zestien EU-landen. Dat bleek afgelopen maandag in de maandelijkse Landbouwraad, waar Spanje namens die landen een kunstmestplan voor-de-korte-termijn presenteerde. 

Een Nederlandse topambtenaar heeft vorige week in Madrid besprekingen gevoerd met de Spaanse opstellers van dat wensenpakket, waarna het Nederlandse pleidooi als een van de hoofdelementen aan het pakket is toegevoegd. Veel ministers lieten maandag doorschemeren dat ze vinden dat de Europese Commissie nu eindelijk eens knopen moet doorhakken over het toelaten van nieuwe middelen als vervanging voor kunstmest.

Eerdere rapportages van EU-experts hebben aangetoond dan de resultaten van het Nederlandse proefproject erop duiden dat het minder milieuvervuilend is dan gewone mest. Naar verluidt zou de Europese Commissie willen vasthouden aan het criterium dat omgewerkte en gezuiverde mestvervanger nog steeds een ‘dierlijk product’ is.

In dat geval mag het niet overal onbeperkt worden gebruikt. Wojciechowski wilde daar niets over zeggen, en verwees naar zijn presentatie komend voorjaar.

Wojciechowski maakte wel duidelijk dat het openstellen van de financiele landbouw-crisisreserve niet echt zoden aan de dijk zal zetten. In dat crisisfonds zit ongeveer 450 miljoen euro, terwijl ruwe schattingen nu al uitgaan van miljarden hogere kunstmest-rekeningen in de hele EU. Bovendien kan dat geld alleen ingezet worden als alle 27 landen ermee instemmen, en dat is nog niet zo.

Dat Spaanse plan met ‘direct uitvoerbare projecten’ is door de EU-ministers bij Brussel ingediend, uit onvrede over de recente kunstmest-aankondiging van Landbouwcommissaris Janusz Wojciechowski. Die liet eventuele compensatie voor de dure kunstmest over aan de nationale regeringen, en zei dat hij in het voorjaar komt met een plan voor toelating van natuurvriendelijke landbouwmiddelen. Daarbij is nog steeds niet duidelijk aan welke criteria eventuele nieuwe middelen zullen moeten voldoen.