Landbouwministers bepalen formeel niet het handelsbeleid van hun regeringen, maar ze behoren tot de felste critici van het pact, dat de EU-markten zou openen voor meer rundvlees en gevogelte uit de Mercosur-landen Brazilië, Argentinië, Uruguay en Paraguay.
De agri-ministers zijn vooral benieuwd of Italië en Frankrijk bereid zijn hun bezwaren tegen het akkoord met Brazilië, Argentinië, Uruguay en Paraguay te laten varen. Beide landen hebben zich jarenlang kritisch opgesteld, maar signalen van de laatste dagen wijzen op een mogelijk soepeler houding. Toch kan de politieke situatie in Frankrijk (val van de regering-Bayrou) opnieuw vertraging veroorzaken.
Boerenorganisaties vrezen dat de deal hun markten overspoelt met goedkoper vlees en zuivel. Tegelijkertijd stelt de Europese Commissie dat zij oplossingen klaar heeft, zoals een fors uitgebreid schadefonds, om verliezen voor boeren te compenseren.
Hoewel landbouwministers formeel niet beslissen over handelskwesties, volgt men hun beraad in Kopenhagen met grote aandacht. Hun oordeel geldt als politieke graadmeter. Maar hun meeste aandacht gaat vooral uit naar de meerjarige financiering van het gemeenschappelijke landbouwbeleid.
In dat licht bezien, is Mercosur maar ‘een klein dingetje dat we eigenlijk al veel eerder hadden moeten afhandelen’, zoals een EU-functionaris in de wandelgangen zei. Tegelijkertijd speelt de discussie over de Europese meerjarenbegroting voor 2028-2034. Daarin ligt een forse verlaging van het landbouwbudget op tafel, van circa 380 miljard naar ongeveer 300 miljard euro.
De Europese Raad heeft al stappen gezet om het landbouwbeleid te vereenvoudigen. Daarbij gaat het onder meer om het verlichten van administratieve lasten en het scheppen van meer ruimte voor nationale invulling. De Deense voorzitterschap legt daarbij nadruk op modernisering en vergroening, maar ook op behoud van concurrentiekracht.
In de politieke discussie komt ook de toekomst van Oekraïne binnen de EU sterk naar voren. Het land geldt als belangrijke producent van graan en andere landbouwgewassen. Een mogelijke toetreding zou de verhoudingen binnen de Europese landbouw ingrijpend veranderen. Vooral Polen, Hongarije en Tsjechië zien dat als bedreiging en proberen het proces af te remmen.
De samenloop van al deze kwesties – het Mercosur-verdrag, de nieuwe begroting, de interne hervormingen en de mogelijke uitbreiding met Oekraïne – maakt het beraad in Kopenhagen tot een belangrijk moment. Wat nu nog een informeel overleg is, zal de komende maanden richtinggevend blijken te zijn voor de toekomst van het Europese landbouwbeleid.

