De meeste EU-landen wijzen een voorstel van Nederland, Duitsland en Luxemburg af voor een verbod op diertransporten over lange afstanden. De focus ligt daarbij vooral op veetransporten naar Marokko, Turkije, Rusland, het Midden-Oosten en Azië, maar veel landen in Zuid- en Oost-Europa zijn geen voorstander van zo’n verbod.
Wel hebben de landbouwministers op hun tweedaagse in Luxemburg afgesproken dat EU-landen het dierenwelzijn tijdens lange transporten moeten verbeteren, bijvoorbeeld door meer en strengere controles.
De drie landen wilden een verbod in de nieuwe transportverordening die waarschijnlijk in 2023 van kracht wordt. Zowel de langeafstandstransporten naar landen buiten de EU over land als over zee zijn de landbouwministers Julia Klöckner (Duitsland), Carola Schouten (Nederland) en Romain Schneider (Luxemburg) een doorn in het oog.
Schouten liet eerder in de Tweede Kamer weten dat een uitzondering zou moeten worden gemaakt voor korte zee-transporten over Het Kanaal van en naar het Verenigd Koninkrijk, omdat daar dezelfde regels gelden voor dierenwelzijn als in de EU. Langere transporten vanuit Ierland naar havens in Frankrijk en Spanje zouden al problematischer kunnen worden.
In plaats van transport van levende dieren moet er volgens de drie initiatiefnemende landen worden ingezet op de handel in vlees, karkassen en genetisch materiaal. Volgens de Duitse minister Julia Klöckner mag dierenwelzijn niet stoppen bij de EU-grenzen. Bij transporten naar verder weg gelegen landen is volgens de minister niet met zekerheid te zeggen dat aan de dierenwelzijnseisen wordt voldaan.
Met een verbod op zee-transporten zou de EU het voorbeeld van Nieuw-Zeeland volgen dat onlangs wel een exportverbod-over-zee afkondigde. Dierenrechtenactivisten en dierenartsen hebben jarenlang kritiek op de transporten.
Uit een recent onderzoek bleek dat de meeste door de EU goedgekeurde veetransportschepen tot de categorie risico-schepen behoren en niet geschikt zijn voor het vervoer van levende have.

