In buurland Nederland is de extreemrechtse PVV-regering ten val gekomen over de vraag of de grenscontroles tegen de komst van vreemdelingen moeten worden uitgebreid.
De drie Somalische asielzoekers werden in mei bij aankomst op het treinstation van Frankfurt an der Oder door de Duitse grenspolitie teruggestuurd naar Polen, zonder dat hun asielaanvragen in Duitsland in behandeling werden genomen. De rechtbank oordeelde dat dit in strijd was met de Europese Dublinverordening. EU-wetten schrijven voor dat EU-landen vreemdelingen moeten toelaten als zij asiel willen aanvragen en geen bedreiging vormen voor de openbare orde.
De uitspraak vormt een tegenslag voor het migratiebeleid van de regering-Merz. Kort na zijn aantreden kondigde Merz, onder druk van de opkomst van de anti-immigratiepartij Alternative für Deutschland (AfD), aan dat Duitsland een strenger toelatingsbeleid zou voeren. In mei werd een bevel uitgevaardigd om ongeautoriseerde migranten, inclusief asielzoekers, bij de grens te weigeren.
De Duitse minister van Binnenlandse Zaken, Alexander Dobrindt, verdedigde het strengere beleid ondanks de rechterlijke uitspraak en zei dat de regering zou doorgaan met het weigeren van mensen aan de grens, binnen de kaders van het Europese recht. Dat zal naar verwachting leiden tot meer rechtzaken.
Critici, waaronder de oppositiepartij De Groenen en de mensenrechtenorganisatie Pro Asyl, beschouwen de rechtbank-uitspraak als een bevestiging dat het nieuwe migratiebeleid in strijd is met het Europese recht.
De uitspraak heeft ook bredere implicaties voor andere EU-landen. Het onderstreept dat nationale maatregelen om asielzoekers de toegang te weigeren in overeenstemming moeten zijn met het Europese asielbeleid, zoals vastgelegd in de Dublin-verordening. Dit kan gevolgen hebben voor landen die vergelijkbare maatregelen overwegen of al hebben ingevoerd.
In Nederland hebben plannen voor nog strengere asielwetten deze week geleid tot politieke spanningen binnen de coalitie. De extreemrechtse regering onder leiding van PVV-partijleider Geert Wilders is dinsdag ten val gekomen nadat zijn drie coalitiepartners weigerden om de al overeengekomen, maar nog niet ingevoerde, strengere asielwetten nog verder aan te scherpen.
Net als eerder in Duitsland met de CDU-christendemocraten die onder druk van de opkomst van de extreemrechtse AfD had ook in Nederland de rechts-conservatieve VVD hun anti-migrantenstandpunt onder druk van de groei van Wilders’ PVV aangescherpt. Tegenstanders wezen onder meer op de juridische beperkingen die voortvloeien uit het Europese recht en de recente Duitse uitspraak. In politieke kringen in Nederland wordt nu gesproken over het uitschrijven van nieuwe verkiezingen, dit najaar.
De Duitse regering staat nu voor de uitdaging om haar migratiebeleid aan te passen aan de Europese regelgeving. Tegelijkertijd blijft de druk van binnenlandse politieke krachten, zoals de AfD, bestaan om een strenger migratiebeleid te voeren. In de aanstaande Nederlandse verkiezingscampagne zal dat ook (opnieuw) een grote rol gaan spelen.

