De kans dat de Britse premier Boris Johnson donderdag de parlementsverkiezingen gaat winnen is groter dan de kans op een overwinning van Labour of de LibDems. Maar dat zal niet zijn omdat de Conservatieven zo’n aantrekkelijk verkiezingsprogramma hebben, naar vooral om de meeste Britten het gezeur over Brexit meer dan zat zijn en er zo snel mogelijk van af willen.
Bovendien is er voor de meeste Britten geen alternatief. Ten eerste is de persoon van Labourleider Jeremy Corbyn té omstreden. Hij wordt door bijna iedereen geháát, zelfs door eigen partijleden. Hij is de meest niet-geliefde politicus van de afgelopen eeuw. Daarnaast zal het Brexit-plan van Labour leiden tot méér onderhandelingen met Brussel, komt er misschien wel twee of drie jaar vertraging, en mogen de kiezers er ook nog in een referendum over stemmen. Daarmee is Johnson in zijn opzet geslaagd: deze verkiezingen gaan vooral over Brexit, svp zo snel mogelijk…
Uit steeds meer onderzoeken blijkt dat het opgeven van de economische zekerheden van de huidige één-EU-markt in ruil voor de onzekerheden van nieuwe eigen Britse handelsverdragen schádelijk is voor de Britse economie. En dat voor véle jaren. Toch neemt een groot deel van de kiezers dat kennelijk voor lief.
De toekomst ziet er ogenschijnlijk rooskleurig uit voor de Britse premier. Zijn Conservatieve Partij gaat in peilingen ruim aan kop en zou zelfs kunnen rekenen op 359 van de 650 zetels. De grootste oppositiepartij Labour zou blijven steken op 211 zetels. De premier wil als hij de verkiezingen wint snel, voor eind januari, zijn brexitdeal door het parlement krijgen. Of het Europees Parlement in Straatsburg daar uiteindelijk mee instemt, is een heel ander verhaal.Dat moeten we eerst maar eens afwachten.
Toch rekent Johnson zich vermoedelijk nog niet rijk. Zijn voorganger Theresa May overspeelde in 2017 haar hand met vervroegde verkiezingen. De Conservatieven deden het toen ook goed in de peilingen, maar verloren toch hun parlementaire meerderheid. De kans bestaat ook dat geen enkele partij een meerderheid haalt. Dat gebeurde zowel in 2017 als in 2010, toen de Conservatieven een coalitie vormden met de Liberaal-Democraten.
Het is ditmaal zeer de vraag of Johnson bij de andere grote partijen kan aankloppen voor steun. Zowel de Schotse SNP als de Liberaal Democraten, de derde en vierde partij van het land, zijn anti-brexit en anti-Tory.
Labour lijkt in een verdeeld Lagerhuis betere kaarten te hebben om een gedoogconstructie op te zetten. De Schotse nationalisten willen onder voorwaarden best een Labourregering steunen. Daar zou dan onder meer een nieuw referendum over Schotse onafhankelijkheid tegenover moeten staan. Samenwerken met LibDem is vermoedelijk lastiger, omdat partijleider Jo Swinson duidelijk heeft gemaakt Labour-voorman Jeremy Corbyn absoluut niet als premier te willen.
Volgens een analist van de Financial Times moet niet vergeten worden dat er momenteel in Groot-Brittannië nergens een meerderheid vóór is. Ze weten wel wat ze niet willen, maar niet wat ze wel willen. De man en vrouw in de straat zijn net zo verdeeld als het parlement en het land alleen maar indelen in ‘Leavers’ en ‘Remainers’ is een versimpeling die steeds onhoudbaarder wordt.
Daarmee gaan deze verkiezingen bij de meeste kiezers vooral om gevoelens en meningen en indrukken en (voor)oordelen, en niet over feiten en zekerheden en haalbaarheden.

