De Britse minister Michael Gove en vicevoorzitter van de Europese Commissie Maros Sefcovic bespreken komende week in Londen de haperende bevoorrading van winkels in Noord-Ierland.
Sinds het inwerking treden van de Brexit heeft de Britse provincie Noord-Ierland voor douane en belastingen een aparte status. Dat komt doordat Noord-Ierland, in tegenstelling tot de rest van het Verenigd Koninkrijk, in de Europese interne markt voor goederen is gebleven.
In de Brexit-overeenkomst met de EU is afgesproken dat sommige producten die vanuit Groot-Brittannië Noord-Ierland binnenkomen bij binnenkomst gecontroleerd moeten worden. Als gevolg hiervan zijn leveringen van voedsel en levensmiddelen vanuit Engeland naar Noord-Ierland onderhevig aan (Europese) douane-inspecties waardoor vertragingen ontstaan.
Toen vorige maand de nadelige effecten van die nieuwe handelsgrens zichtbaar werden door lege schappen in sommige Noord-Ierse winkels, begonnen lokale gemeenschappen aldaar zich te roeren. De Britse eenheid is heilig voor de Noord-Ierse unionisten. MNu de praktische gevolgen van de Brexit in Engeland en in Noord-Ierland zichtbaar wordt, escaleert de onvrede daarover.
De protesten tegen de douanecontroles tussen twee Britse gebieden leidt tot conflicten met Europese controleurs die inmiddels hun werkzaamheden op advies van hun EU-bazen in Brussel hebben gestaakt. Het is onduidelijk of deze belangrijke Brexit-afspraak daarmee wordt ingettrokken.
De Britse premier Johnson verzekerde de Noord-Ieren dat hij ‘alles zou doen’ om de eenheid van het Verenigd Koninkrijk in stand te houden en de handelsstromen over de Ierse Zee zo soepel mogelijk te laten lopen.
Uit een brief van Gove aan Sefcovic blijkt dat Londen in eerste instantie mikt op een verlenging van de huidige overgangsmaatregelen tot 2023. De Britten willen naar verluidt ook met de EU een betere douaneregeling afspreken voor het vervoer van huisdieren, staalquota en medicijnvoorraden.

