Bulgarije gebruikt sinds 1 januari de euro als officiële munteenheid. Daarmee is het land het 21e lid van de eurozone. De nationale munt, de lev, wordt geleidelijk vervangen na jaren van voorbereiding.
De overstap wordt in het land zowel met enthousiasme als met scepsis ontvangen. Voorstanders spreken van een historische stap die Bulgarije dichter bij de Europese Unie brengt. Tegelijkertijd uiten burgers zorgen over mogelijke prijsstijgingen.
In winkels en bij overheidsdiensten worden prijzen al geruime tijd zowel in lev als in euro weergegeven. Deze dubbele aanduiding moet consumenten helpen wennen en onverwachte prijsveranderingen voorkomen.
De euro-invoering valt samen met een gespannen politieke situatie. Vorige maand trad de Bulgaarse regering af na aanhoudende grote demonstraties tegen het regime in Sofia. De protesten richtten zich onder meer op de voortdurende corruptie en bestuurlijk falen.
Ook vanuit Brussel klinkt kritiek. De Europese Commissie heeft de uitbetaling van een deel van Europese subsidies aan Bulgarije opgeschort. Volgens de Commissie zijn maatregelen tegen corruptie onvoldoende uitgevoerd.
Deze opschorting staat los van de invoering van de euro, maar onderstreept wel de bredere zorgen over bestuur en rechtsstaat in het land. Over de duur en voorwaarden van de opschorting bestaat onduidelijkheid.
Bulgarije telt ongeveer 6,4 miljoen inwoners en geldt binnen de Europese Unie als een van de armere EU-landen. Het land is in 2007 lid geworden van de EU. Opeenvolgende regeringen hebben de euro gezien als een mogelijke steun voor economische stabiliteit.
In het publieke debat speelt ook buitenlandse Russische invloed een rol. In meerdere discussies wordt gewezen op het verspreiden van geruchten en desinformatie en het oproepen van geopolitieke spanningen, al is onduidelijk hoe groot die invloed precies is.

