Het instituut in Denemarken zal zich concentreren op het analyseren en bestrijden van bacteriën die voorkomen in water en voedsel. Dit is essentieel, gezien de rol van deze bronnen in de verspreiding van ziekten. In Nederland ligt de nadruk op het verdwijnen van de gezondheid van mens en dier, een cruciaal aspect van de "One Health"-benadering van de EU. Het laboratorium in Italië draagt bij met diagnostisch onderzoek en monitoringtools waarmee resistentiepatronen kunnen worden gevolgd.
De keuze om laboratoria uit verschillende landen te selecteren volgt uit hun herhaaldelijke oproep voor grensoverschrijdende samenwerking. Resistente bacteriën stoppen immers niet bij landsgrenzen, en een gecoördineerde aanpak is noodzakelijk om de volksgezondheid in heel Europa te beschermen.
Resistentie tegen medicijnen is een ernstige bedreiging voor de gezondheid, niet alleen van mensen maar ook in de veehouderij. Volgens de Europese Commissie overlijden in de EU elk jaar ongeveer 35.000 mensen aan infecties veroorzaakt door resistente bacteriën. De economische gevolgen worden geschat op €11,7 miljard per jaar. Dit probleem wordt vaak een "stille pandemie" genoemd vanwege de omvang en de schadelijke impact op de gezondheidszorg.
De EU heeft als doelstelling geformuleerd dat het gebruik van antimicrobiële middelen bij mensen met 20% tegen 2030 moet zijn teruggedrongen, en moet zijn gehalveerd in de veeteelt en aquacultuur. Er zijn vee-artsen die zeggen dat de veehouderij in z’n huidige vorm niet meer zonder toediening van medicinale bijvoeding kan.
De EU zette met de uitbreiding van het onderzoek haar brede actieplan tegen AMR voort. Het wereldwijde onderzoek sluit aan bij de Europese One Health-benadering, die de gezondheid van mens, dier en milieu integreert. De financiële ondersteuning van de laboratoria draagt bij aan ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen, diagnostiek en andere interventies.

