De Duitse minister van Landbouw, Cem Özdemir, blijft bij het ambitieuze doel om tegen 2030 dertig procent van de landbouwgrond biologisch te laten bewerken. Özdemir benadrukte onlangs opnieuw dat deze doelstelling cruciaal is voor de duurzame toekomst van de Duitse landbouw.
Volgens het landbouwstructuuronderzoek opereerden in 2023 ongeveer 28.700 landbouwbedrijven in Duitsland volgens de eisen van de biologische landbouw. Volgens Destatis bedroeg hun aandeel 11%.
Met 1,85 miljoen hectare was het aandeel biologisch landbouwareaal navenant hoog. Om de doelstelling van 30% te halen zou in zeven jaar tijd bijna een vijfde van het totale landbouwareaal moeten worden omgezet.
Duitse agrarische organisaties hebben gemengde reacties op het voorstel van Özdemir. Terwijl sommige boeren en organisaties de voordelen van biologische landbouw erkennen, zoals een verbeterde bodemkwaliteit en hogere biodiversiteit, zijn er ook zorgen.
Veel boeren vrezen voor hun financiële toekomst. De Duitse Vereniging voor Landbouw (DLG) heeft opgeroepen tot meer overheidssteun en subsidies om de transitie haalbaar te maken voor kleinere boerenbedrijven. Daarnaast is er discussie over de haalbaarheid van het doel binnen het gestelde tijdsbestek.
Binnen de Europese Unie hebben de lidstaten afgesproken om in het kader van de Green Deal en het gemeenschappelijke landbouwbeleid de biologische landbouw te ondersteunen. Dit moet bijdragen aan het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen en het bevorderen van duurzame landbouwpraktijken.
Frankrijk daarentegen heeft onlangs besloten om de doelstelling voor biologische landbouw niet wettelijk vast te leggen. Deze beslissing kwam als een verrassing, aangezien Frankrijk aanvankelijk ambitieuze plannen had om het aandeel biologische landbouw aanzienlijk te verhogen.
De Franse regering gaf aan dat de landbouwsector tijd nodig heeft om zich aan te passen aan de veranderingen en dat vrijwillige maatregelen momenteel de voorkeur hebben boven wettelijke verplichtingen. De Franse landbouwminister Marc Fresneau onderstreepte dat er weliswaar gestreefd wordt naar vergroening van de sector, maar dat de focus nu ligt op haalbare en geleidelijke stappen.
Critici van het Franse besluit menen dat het achterwege laten van een bindende doelstelling de druk op de sector om te verduurzamen zal verminderen. Zonder wettelijke verplichtingen vrezen zij dat de voortgang richting een duurzamere landbouw trager zal verlopen. Anderzijds is er begrip voor de flexibiliteit die de Franse regering wil bieden, gezien de economische uitdagingen waarmee veel boeren geconfronteerd worden.

