De EU besluit om de Iraanse Revolutionaire Garde aan te merken als terroristische organisatie. Daarmee richt de Unie zich op een kernonderdeel van het Iraanse fundamentalistische staatsapparaat en scherpt Brussel haar koers tegenover Teheran verder aan.
Naast deze stap werken de EU-landen aan een nieuwe sanctielijst. Die moet gericht zijn op politici en functionarissen en machtsstructuren die betrokken zijn bij het neerslaan van protesten. De maatregelen vormen een uitbreiding van al bestaande sancties.
Aanleiding voor het besluit is het geweld tegen demonstranten in Iran. In meerdere berichten wordt gesproken over grootschalige repressie en een zeer hoog aantal slachtoffers tijdens de protesten van de afgelopen weken.
EU-vertegenwoordigers stellen dat de reactie noodzakelijk is gezien de ernst van het optreden. Volgens hen kan een organisatie die structureel geweld gebruikt tegen burgers niet buiten schot blijven.
De maatregelen bestaan uit een combinatie van instrumenten. Genoemd worden onder meer reisbeperkingen, het bevriezen van tegoeden en andere financiële sancties tegen betrokkenen.
De EU koppelt haar optreden ook aan zorgen over militaire activiteiten van Iran. In meerdere verklaringen wordt verwezen naar de grote hoeveelheden drones en raketten die Iran levert aan Rusland, die daarmee de Oekraïense bevolking terroriseert.
Iraanse autoriteiten veroordelen de Europese beslissing en noemen die politiek gemotiveerd en onrechtmatig. Zij waarschuwen dat de stap gevolgen zal hebben voor de relatie met Europa.
Tegelijkertijd benadrukte de EU haar steun aan de Iraanse bevolking. Europese leiders spreken hun solidariteit uit met demonstranten en stellen dat de maatregelen bedoeld zijn om geweld te stoppen, niet om burgers te treffen.

