Komende maandag bespreken de handelscommissies van het Europees Parlement en de EU-Ministerraad in een gezamenlijke vergadering de voorgestelde versoepeling van de exportregels voor Oekraïne. Een week later vergaderen de Landbouwministers over het voorstel van de Europese Commissie om de twee jaar geleden ingestelde afschaffing van importheffingen en exportquota voor Oekraïense landbouwproducten opnieuw te verlengen.
Hoewel de Europese Commissie vindt dat de concurrentie van Oekraïense producten nog geen “negatief effect op de gehele Europese markt” heeft, worden nu wel enkele ‘noodremmen’ ingesteld voor drie “gevoelige” producten ( pluimvee, eieren en suiker) indien de import het gemiddelde niveau voor de jaren 2022 en 2023 overschrijdt.
Boeren zeggen dat Oekraïense producten die ooit bestemd waren voor Afrika of het Midden-Oosten nu in Europa blijven, waardoor lokale producenten worden ondermijnd. Ze zeggen ook dat Oekraïense producenten niet onderworpen zijn aan de hogere milieu- en sociale normen van de EU.
De Europese Commissie is over die kwestie verdeeld: (de Poolse) Landbouwcommissaris janus Wojciechowski pleit openlijk voor beperking van de Oekraïense agrarische export naar EU-landen, maar de meeste andere EU-Commissarissen bepleiten ‘voortzetting van de solidariteit’ met de Oekraïense strijd tegen de Russen.
De aangekondigde nieuwe boerenprotesten tegen de soepele EU-regels voor Oekraïense export volgen op de eerdere betogingen tegen Europese milieu- en klimaatbeperkingen op het gemeenschappelijke landbouwbeleid. Hoewel Brussel inmiddels enkele Green Deal-voorstellen heeft versoepeld en uitgesteld, hebben de zes grote Europese boerenorganisaties de recente voorstellen van de Europese Commissie als onvoldoende bekritiseerd.

