Verder blijkt dat driekwart (74%) vindt dat hun land baat heeft bij het EU-lidmaatschap. Meer dan 60% is voorstander van een belangrijkere rol voor het Europees Parlement. Dit standpunt is vooral sterk onder jongeren. Op nationaal niveau variëren de resultaten voor een grotere rol van de EU van 87% in Zweden tot 47% in Roemenië en 44% in Polen. In Nederland ligt dit percentage op 84%.
Bijna driekwart van de EU-burgers (74%) is van mening dat hun land heeft geprofiteerd van het EU-lidmaatschap. Dit is het hoogste resultaat ooit geregistreerd in een Eurobarometer-enquête voor deze vraag, sinds deze voor het eerst werd gesteld in 1983.
Ook in Nederland is er brede overeenstemming dat het land heeft geprofiteerd van EU-lidmaatschap. 85% geeft aan dat Nederland hier voordeel uit heeft gehaald. In de huidige context noemen respondenten de bijdrage van de EU aan het handhaven van vrede en het versterken van de veiligheid (35%) als de belangrijkste reden waarom het lidmaatschap als voordelig wordt beschouwd. In Nederland ligt dit zelfs op 50%.
Daarnaast is er brede overeenstemming onder EU-burgers dat de EU-lidstaten meer verenigd moeten zijn om de huidige mondiale uitdagingen aan te gaan (89%) en dat de Europese Unie meer middelen (lees: geld) nodig heeft om de komende uitdagingen aan te pakken (76%). Dit beeld kan ook worden gezien in Nederland, waar 93% van de ondervraagden aangeeft dat de EU-landen meer verenigd moeten zijn en 75% vindt dat de EU hiervoor meer middelen nodig heeft.
Defensie en veiligheid wordt ook door Nederlanders genoemd als de belangrijkste prioriteit waar de EU zich op moet gaan richten. In andere landen ligt de grootste voorkeur nog bij de eigen levensomstandigheden, inflatie, stijgende prijzen en kosten van levensonderhoud, met piekresultaten in Portugal (57%), Frankrijk (56%), Slowakije (56%), Kroatië (54%) en Estland (54%).
In Nederland zijn er enige verschillen op te merken. Zo stelt 48% mede dat defensie en veiligheid een topprioriteit in het Europees Parlement moet zijn, terwijl 41% van mening is dat ook actie tegen klimaatverandering op de agenda moet staan, gevolgd door migratie en asielbeleid (33%). dan oudere respondenten (36% tegenover 47% voor de groep tussen 25 en 39 jaar en 51% voor personen ouder dan 40 jaar).

