Woningen en gebouwen moeten daarmee versneld klimaatneutraal worden gemaakt. Voor nieuwbouwwoningen geldt vanaf 2030; nieuwe overheidsgebouwen al vanaf 2028. Alle nieuwbouw moet – als het technisch en economisch enigszins kan – ook worden voorzien van zonnepanelen, maar er komt voor particuliere eigenaren geen verplichting.
Ook de minst zuinige openbare en commerciële gebouwen moeten minder energie gaan gebruiken. Tegen 2030 moet 16 procent daarvan zijn gerenoveerd en tegen 2033 loopt dat op tot een kwart. Hoe de EU-landen dat gaan doen en welke gebouwen als eersten worden aangepakt, mogen ze zelf beslissen. Historische gebouwen of kerken kunnen een uitzondering krijgen.
Boilers op fossiele brandstoffen worden geleidelijk aan afgebouwd. Vanaf 2025 mogen geen subsidies meer worden gegeven voor gasketels. De bedoeling is dat nationale overheden maatregelen nemen om gasboilers en stookolieketels tegen 2040 volledig uit te faseren. Dat is vijf jaar later dan in het oorspronkelijke voorstel.
Gebouwen zijn verantwoordelijk voor ongeveer veertig procent van het energieverbruik, meer dan de helft van het gasverbruik in de EU. Dat gebeurt vooral via verwarming, koeling en warm water voor huishoudelijk gebruik. Momenteel is ruim een derde van de gebouwen ouder dan 50 jaar en bijna driekwart geldt als energie-inefficiënt. Amper één procent per jaar wordt momenteel gerenoveerd.
Een andere belangrijke maatregel omvat de implementatie van nieuwe technologieën en innovaties om de energie-efficiëntie te verbeteren. Dit omvat onder andere geavanceerde isolatiematerialen, slimme energiesystemen en duurzame energiebronnen.
De overeenkomst komt voort uit intensieve onderhandelingen tussen het Europese Parlement en de EU-Raad en vormt een belangrijk onderdeel van het bredere ‘Fit for 55’-pakket van oud-Commissaris Frans Timmermans. Deze overeenkomst, die het pad naar klimaatneutraliteit effent, is van groot belang om de EU-verplichtingen van het Parijsakkoord na te kunnen komen.

